Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Maarts viooltje - Viola odorata

Andere namen

Frysk: Blaufioeltsje

English: Sweet Violet

Français: Violette odorante

Deutsch: Märzveilchen

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Malpighiales

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Geslacht: Viola (Viooltje)

Soort: Viola odorata

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Odorata betekent riekend of meestal welriekend.

Kruising: Maarts viooltje kan een bastaard vormen met Ruig viooltje (Viola x scabra).
Viola x scabra is de bastaard van Maarts viooltje en Ruig viooltje en draagt geen Nederlandse naam. Ze is geheel intermediair tussen de stamouders, waarbij ze als regel in de directe omgeving van deze gevonden wordt. Ze staat op beschaduwde, droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, losse en humeuze, neutrale tot kalkrijke bodems bestaande uit zand, leem, zavel, klei en löss. De bastaard groeit in open bossen en in boszomen, in open struwelen, wegbermen en langs (bos)paden. Overal waar de arealen van de oudersoorten elkaar overlappen kan het taxon gevormd worden. De plant is in Nederland slechts van één plaats bekend, namelijk in de Achterhoek. Ze zal ongetwijfeld vaak over het hoofd zijn gezien. Evenals bij beide stamouders is de afstaande tot iets teruggeslagen beharing prominent aanwezig.
René van Moorsel, 2015 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Maart, april en mei.

Afmeting: 5-15 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een wortelstok.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Franco Barbadoro - CC BY-NC-ND 4.0


6th Happiness - CC BY-SA 3.0

Stengels: Kruipende, verspreid behaarde stengels met bovengrondse uitlopers.


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande bladen vormen een rozet. Ze zijn eirond, hebben een diep hartvormige voet, zijn stomp en groeien na de bloei sterk uit. Der bladrand is licht gekarteld en ze zijn verspreid behaard. De steunblaadjes zijn langwerpig, meestal gefranjerd en kaal of ze hebben een zwak behaarde rand.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be

Bloemen: Tweeslachtig. De langgesteelde, alleenstaande bloemen groeien in de bladoksels van de rozetbladen. Ze zijn diep paars-blauw, in het midden wit of soms roze of wit. Verder zijn ze 1,3-1,5 cm groot en verspreiden een fijne geur. Ze hebben vijf kroonbladen, waarvan het onderste met een spoor, waarin de nectar wordt gevormd. De rechte spoor is paarsig en 6 mm lang. De vijf kelkbladen zijn stomp. Bloemstelen met in het midden steelblaadjes. In de zomer worden cleistogame (niet opengaande) bloemen gevormd (met zelfbevruchting). Er zijn vijf meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met een stijl en stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een bolvormige doosvrucht. De vruchten zijn behaard. De geelbruine, vrijwel ronde zaden hebben een aanhangsel, een mierenbroodje (een lekkernij voor mieren, waardoor zij  de zaden meeslepen en zo verspreiden). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Meestal licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, losse, luchtige, humeuze, neutrale tot kalkrijke grond (zand, leem, zavel, klei en löss).

Groeiplaatsen: Heggen, bosranden, hakhout, struwelen, bossen (loofbossen, landgoedbossen en parkbossen), langs holle wegen, bermen, begraafplaatsen, stadswallen, aan de voet van hellingen en rivierduinbosjes.

Verspreiding

Wereld: In Europa, behalve in het meest noordelijke deel. Ook in Zuidwest-Azië en Noordwest-Afrika. Elders ingeburgerd.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg, in het rivierengebied, in Zeeland, in de Hollandse en Zeeuwse duinen en in stedelijke gebieden. Elders vij zeldzaam tot zeer zeldzaam. Ook als stinsenplant.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Maarts viooltje

verspreidingsatlas.nl

Maarts viooltje x  Ruig viooltje (Viola x scabra)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Duinen, de Leemstreek, langs de Maas en in de Voerstreek. Elders zeldzamer.
Rodce lijst. Niet bedreigd.


Wallonië: Vrij algemeen in Brabant, het Maasgebied en in Lotharingen (de zuidelijke Ardennen). Elders zeldzamer.

Toepassingen

Maarts viooltje is een van de oudste sierplanten en daarnaast ook geneeskruid en parfumleverancier. Al sinds eeuwen worden de geurstoffen van de plant benut, niet alleen voor het maken van parfums, maar ook bij het bereiden van de drank 'sherbet' in het Midden-Oosten, en vroeger om de muffe lucht uit kerken en huizen te verdrijven. In de volksgeneeskunde was het een middel tegen o.a. huiduitslag, pijn en kinderziekten. In oude kruidenrecepten komt het voor als bestanddeel van gorgeldrankjes en mondwater. Door het geurige karakter en associaties met erotiek beschouwden de Grieken het plantje als het symbool van Afrodite en haar zoon Priapus. Maarts viooltje is rijk aan vitamine C. In het Middeleeuwse Engeland was het gerecht vyolette populair: de bloempjes werden gekookt en uitgeperst en het sap werd toegevoegd aan melk met rijstemeel en honing.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra