Wilde planten in Nederland en België

Maarts viooltje - Viola odorata

Frysk: Blaufioeltsje

English: Sweet Violet

Français: Violette odorante

Deutsch: Märzveilchen

Synoniemen:

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Odorata betekent riekend of meestal welriekend.

Kruising: Maarts viooltje kan een bastaard vormen met Ruig viooltje (Viola x scabra).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Maart, april en mei.

Afmeting: 5-15 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een wortelstok.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Franco Barbadoro -
CC BY-NC-ND 4.0


6th Happiness -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Kruipende, verspreid behaarde stengels met bovengrondse uitlopers.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande bladen vormen een rozet. Ze zijn eirond, hebben een diep hartvormige voet, zijn stomp en groeien na de bloei sterk uit. Der bladrand is licht gekarteld en ze zijn verspreid behaard. De steunblaadjes zijn langwerpig, meestal gefranjerd en kaal of ze hebben een zwak behaarde rand.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De langgesteelde, alleenstaande bloemen groeien in de bladoksels van de rozetbladen. Ze zijn diep paars-blauw, in het midden wit of soms roze of wit. Verder zijn ze 1,3-1,5 cm groot en verspreiden een fijne geur. Ze hebben vijf kroonbladen, waarvan het onderste met een spoor, waarin de nectar wordt gevormd. De rechte spoor is paarsig en 6 mm lang. De vijf kelkbladen zijn stomp. Bloemstelen met in het midden steelblaadjes. In de zomer worden cleistogame (niet opengaande) bloemen gevormd (met zelfbevruchting). Er zijn vijf meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met een stijl en stempel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een bolvormige doosvrucht. De vruchten zijn behaard. De geelbruine, vrijwel ronde zaden hebben een aanhangsel, een mierenbroodje (een lekkernij voor mieren, waardoor zij de zaden meeslepen en zo verspreiden). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Meestal licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, losse, luchtige, humeuze, neutrale tot kalkrijke grond (zand, leem, zavel, klei en löss).

Groeiplaatsen: Heggen, bosranden, hakhout, struwelen, bossen (loofbossen, landgoedbossen en parkbossen), langs holle wegen, bermen, begraafplaatsen, stadswallen, aan de voet van hellingen en rivierduinbosjes.

Verspreiding

Wereld: In Europa, behalve in het meest noordelijke deel. Ook in Zuidwest-Azië en Noordwest-Afrika. Elders ingeburgerd.

Nederland: Vrij algemeen. Ook als stinsenplant.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Toepassingen

Maarts viooltje is een van de oudste sierplanten en daarnaast ook geneeskruid en parfumleverancier. Al sinds eeuwen worden de geurstoffen van de plant benut, niet alleen voor het maken van parfums, maar ook bij het bereiden van de drank 'sherbet' in het Midden-Oosten, en vroeger om de muffe lucht uit kerken en huizen te verdrijven. In de volksgeneeskunde was het een middel tegen o.a. huiduitslag, pijn en kinderziekten. In oude kruidenrecepten komt het voor als bestanddeel van gorgeldrankjes en mondwater. Door het geurige karakter en associaties met erotiek beschouwden de Grieken het plantje als het symbool van Afrodite en haar zoon Priapus. Maarts viooltje is rijk aan vitamine C. In het Middeleeuwse Engeland was het gerecht vyolette populair: de bloempjes werden gekookt en uitgeperst en het sap werd toegevoegd aan melk met rijstemeel en honing.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Viola nigra
Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Naturalis Biodiversity Center


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)
Deutschlands flora, deel 20, J. Sturm, J.W. Sturm (1845-1849)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1905)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Plantae medicinales, deel 2, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe, A. Henry (1828-1833)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


British entomology, deel 1, J. Curtis (1823-1840)
British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Herbarium Blackwellianum, deel 1, E. Blackwell (1750)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Herbier de la France, deel 4, P. Bulliard (1776-1783)


Stirpium historiae pemptades sex, sive libri XXX, R. Dodonaeus [Dodoens] (1583)


Viola martia purpurea - Viola martia praecox purpurea et alba hortensis et campestris odora simplici flore
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Botanische wandplaten


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1905)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 2, F.B. Vietz (1804)


Botanische Unterhaltungen zum Verständniß der heimathlichen Flora, B.A. Auerswald en E.A. Roßmäßler (1858)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Medical Botany, deel 2, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Flore médicale, deel 6, F.P. Chaumeton (1832)


La flore et la pomone francaises, deel 1, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1828)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL