Wilde planten in Nederland en België

Mannagras - Glyceria fluitans

Frysk: Flotgers

English: Floating Sweetgrass

Français: Glycérie flottante

Deutsch: Flutender Schwaden

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Glyceria komt van het Griekse glyceros (zacht), hetgeen slaat op de zoete smaak van de vruchtjes. Fluitans betekent drijvend, op of in stromend water.

Kruising: Bastaardvlotgras (Glyceria x pedicellata) is de bastaard van Stomp vlotgras en Mannagras. Zie bij Stomp vlotgras.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaand: Mei t/m augustus.

Afmeting: 45-120 cm.


John Barkla -
CC BY 4.0


Svetlana Nesterova -
CC BY-NC 4.0


Tatiana Svetasheva -
CC BY-NC 4.0


Panek -
CC BY 3.0

Wortels: Een kruipende wortelstok met lange uitlopers.


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC0-1.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Matten vormend. In het water heeft Mannagras vaak vlottende stengels met voor een deel drijvende bladeren. Op het land zijn de grijsgroene stengels opstijgend tot rechtopstaand.


Christina Staudigl -
CC BY 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: Voor de ontplooiing zijn de bladen gevouwen. De vaak wat grijsgroene bladeren zijn 0,5-1 cm breed. Ze zijn enigszins ruw en in een spitse top versmald. De afgeplatte bladscheden zijn meestal glad. Het vliezige tongetje wordt tot 1 cm lang en is ingesneden.


Svetlana Nesterova -
CC BY-NC 4.0


Dariusz Kaminski -
CC BY-NC 4.0


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim is ijl en onderbroken en bevat meestal niet veel bloemen. Verder is de pluim weinig vertakt, vaak gekromd, naar één kant gekeerd en later samengetrokken. Op de onderste knoop zitten één, twee of heel soms drie zijtakken (bloeiwijzetakken). Pluimtakken met één tot vier aartjes. De aartjes zijn 1-2½ cm lang en vrij losbloemig. Een aartje kan tot negen bloemen bevatten. Het lemma van de onderste bloem (onderste kroonkafje) is 5-8 mm, aan de top versmald (spits) en heeft een gave rand. Er zijn twee stompe kelkkafjes met één nerf. Het bovenste kelkkafje is het grootst. De kafjes zijn niet genaald. De helmknoppen zijn 1½ tot 3 mm en paars of soms geel van kleur. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met twee stijlen.


Jean Claude Estatico -
CC BY-SA 3.0


© Valentine Kalwij - verspreidingsatlas.nl


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0


tatiana_moscow -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


José Luis Romero Rego - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige of soms licht beschaduwde plaatsen op natte, voedselrijke tot zeer voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond eCC BY-SA 4.0n in ondiep, voedselrijk tot zeer voedselrijk, stilstaand of stromend water (allerlei grondsoorten).

Groeiplaatsen: Waterkanten en water (sloten, beken, rivieren, poelen, kanalen, greppels, bij drinkplaatsen, klein ondiep en eventueel tijdelijk droogvallend water en pas gegraven vijvers), moerassen (ondiepe verlandingsvegetaties), bossen (langs en op bospaden en gootjes langs onverharde boswegen), heide (heidevennen met een verhoogde stikstofrijkdom), grasland (weiland), in wagensporen en op kwelplekken.

Verspreiding

Wereld: West-Azië, Noordwest-Afrika en het grootste deel van Europa. Noordelijk tot ongeveer de poolcirkel. Ingeburgerd in Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Toepassingen

Om zijn sappigheid, zoete smaak en voedzaamheid wordt het graag door het vee afgegraasd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 3 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Svensk botanik, deel 2, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)


Fig. 1-19
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 3 (1790)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Gramen aquis innatans
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL