Wilde planten in Nederland en België

Mannetjesorchis - Orchis mascula

Frysk:

English: Early-purple Orchid

Français: Orchis mâle

Deutsch: Mannsknabenkraut

Synoniemen:

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Orchis betekent zaadbal of testikel. De beide wortelknollen lijken op testikels. Mascula betekent mannelijk.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 15 tot 50 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Orchi -
CC BY-SA 3.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Ongedeelde, meestal rondachtige, zelden langwerpige, vrij grote knollen.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De onbehaarde stengels worden naar boven toe iets roodpaars. In de onderste helft zijn er meerdere schedevormende kleine bladen (de stengel is aan de voet door spitse scheden omhuld).


© John Breugelmans - verspreidingsatlas.nl


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Danel Solabarrieta -
CC BY-SA 2.5


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De drie tot vijf grondstandige bladen zijn smal langwerpig tot lancetvormig, spits en met een versmalde voet. De bovenkant is sterk glanzend en soms purper gevlekt. De onderste bladen staan dichter bijeen en zijn groter, de bovenste omhullen de stengel schedeachtig, zij staan vaak tamelijk ver onder de aar.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn langwerpig tot lancetvormig, vliezig, spits tot toegespitst, eennervig of onduidelijk drienervig, meestal iets paars aangelopen en ze zijn even lang als of langer dan het vruchtbeginsel. De aar is smal, cilindrisch, 5-15 cm lang, meestal ijl en bevat tot enige tientallen paarsrode tot lila bloemen. De lip is 0,8-1,5 cm lang, diep drielobbig, ongeveer even breed als lang of meer breed dan lang en heeft ruitvormige zijslippen en een langere middenslip. Aan het eind is de lip in twee lobjes gespleten. De voet van de lip is lichter dan de rest van de bloem en er is vaak een honingmerk van enkele stipjes of lijntjes te zien. De bovenste drie bloemdekbladen zijn langwerpig eirond en spits. Alleen de bovenste bloemdekbladen zijn helm- tot mutsvormig samengebogen, de twee overige zijn opstaand tot afstaand. De spoor is vrij lang, knotsvormig, staat schuin omhoog gericht en is ongeveer even lang als het vruchtbeginsel. Het vruchtbeginsel is cilindrisch, gekromd, sterk gedraaid en meestal purperviolet aangelopen. Het zuiltje is kort en stomp.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Orchi -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


© J R Crellin -
CC BY-NC-ND 3.0


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Gérard Renault - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde of soms zonnige plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkhoudend tot kalkrijke, humeuze grond, zonder dikke laag onverteerd bladstrooisel (mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte bossen en in de Voerstreek in op het zuiden gerichte hellingbossen), bosranden op stenige hellingen, struwelen (kalkrijke zomen), bermen, grasland (kalkgrasland en bergweiden) en afgravingen (kleine, verlaten kalkgroeven).

Verspreiding

Wereld: West-Azië, Noordwest-Afrika en het grootste deel van Europa. Zij dringt van alle Orchis-soorten het verst noordelijk door, tot 70° N.Br.

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en in de duinen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest nog in de Voerstreek. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in Lotharingen.

Toepassingen

De plant stond bekend om ziin gunstige invloed op de menselijke geslachtsdrift, vanwege de gepaarde knolletjes onderaan de stengel. De oude Grieken meenden dat het eten van de knollen bepaalde of er jongens of meisjes werden geboren. Als de toekomstige vader de grootste knol at, dan kwamen er jongens en als de kleinste werd gegeten door de moeder, dan kwamen er meisjes. In de Middeleeuwen werden deze delen van de plant om de hals gedragen als liefdesamulet. Er bestaat ook een legende waarin wordt verteld dat de plant onder het kruis van Christus groeide en dat diens bloed voor altijd de vlekken op het blad tekende.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Tweede Cullekenscruyt
Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Naturalis Biodiversity Center


Flora regni borussici, deel 8, A.G. Dietrich (1840)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Plantae medicinales, deel 2, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe, A. Henry (1828-1833)


Icones plantarum rariorum, N.J. von Jacquin, deel 1 (1781-1786)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


British entomology, deel 7, J. Curtis (1823-1840)


Medical Botany, deel 4, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1794)


Flore médicale, deel 5, F.P. Chaumeton (1831)


Flore illustré de Nice et des Alpes-maritimes. Iconographie des Orchidées, J.B. Barla (1868)


Flora des Königreichs Hannover, deel 3, G.F.W. Meyer, A. Schumann (1854)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Fig. 1-10
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 4, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Herbarium Blackwellianum, deel 1, E. Blackwell (1750)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 5, A.Q. Rivinus (1690-1777)


Cynosorchis moria
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL