Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Mannetjesvaren - Dryopteris filix-mas

Andere namen

Frysk: Mantsjefear

English: Male Fern

Français: Fougè remâle

Deutsch: Gemeiner Wurmfarn

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Pteropsida

Orde: Filicales

Familie: Dryopteridaceae (Niervarenfamilie)

Geslacht: Dryopteris (Niervaren)

Soort: Dryopteris filix-mas

Naamgeving (Etymologie): Dryopteris komt van het Griekse drys of dryos (eik) en pteris (varen), waarmee bedoeld wordt een varen die op een eik kan groeien. Filix-mas betekent mannelijke varen.

Kruising: Mannetjesvaren kan een bastaard vormen met Geschubde mannetjesvaren (Dryopteris x tavelii).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30 tot 120 cm.

Wortels: De forse, rechtopstaande wortelstok  is meestal niet vertakt en begroeid met grote, stevige, lichtbruine schubben.


usuherbarium.usu.edu - CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0


images.cyberfloralouisiana.com - CC0-1.0

Stengels: De korte bladsteel is minder dan 1/3 keer zo lang als het blad en is begroeid met veel grote, stevige, lichtbruine schubben, maar naar de top wat minder beschubd.


Laurens Sparrius - verspreidingsatlas.nl


Kruczy89 - CC BY-SA 3.0


Bjoertvedt - CC BY-SA 3.0


Honigbonbon - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De wortelstandige,  niet overwinterende bladeren groeien in een bundel of  kring. Ze zijn langwerpig, afnemend dubbel veerdelig, zowel onderaan als bovenaan smaller dan in het midden, worden tot 1½ meter lang en zijn van boven donkergroen en van onderen lichter groen. Aan beide kanten van de bladas groeien twintig tot vijfendertig niet gesteelde, lijnvormige tot langwerpige, afnemend gezaagde deelblaadjes zonder stekelpuntje. De naar de voet geplaatste paren zijn maar weinig korter dan de daarop volgende.


Laurens Sparrius - verspreidingsatlas.nl


MurielBendel - CC BY-SA 4.0


Valé rie75 - CC BY-SA 3.0


4028mdk09 - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Sporen. Aan de onderzijde van de deelblaadjes zie je de  sporendoosjes aan beide kanten van de middennerf, ongeveer halverwege de rand, met een groot, niervormig  dekvliesje van ongeveer 1½ mm breed. Ze zijn vlak, de rand is niet omgekruld.


Piet Bremer- CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde, zelden zonnige plaatsen op matig droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, matig stikstofrijke tot stikstofrijke, zwak zure tot basische, kalkarme tot kalkhoudende grond (zand, leem, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (humusrijke loofbossen en naaldbossen), struwelen, kapvlakten, hakhout, waterkanten (beschaduwde greppelkanten, langs sloten, kades en op steenglooiingen langs rivieren en voormalige zeearmen), langs spoorwegen (spoordijken), zeeduinen (noordhellingen, aan de rand van valleien en tussen duinstruwelen), oude muren (o.a. boven water) en op boomstammen.

Verspreiding

Wereld: In bijna heel Europa en een aantal verspreide gebieden in de gematigde streken op het noordelijk halfrond. Ook in het Andesgebergte.


gbif.org

Nederland: Algemeen op de hogere zandgronden en in Zuid-Limburg en vrij zeldzaam in laagveengebieden, het noordelijk zeekleigebied en Zeeland.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in het Leemdistrict en de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië : Algemeen. Het meest in het Maasdistrict en de Ardennen.

Toepassingen

Vroeger werd de giftige wortelstok gebruikt tegen lintworm.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 6  (1801)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 6  (1801)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra