Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

MariŽtteklokje - Campanula medium

Frysk:

English: Canterbury-bells

FranÁais: Campanule ŗ grandes fleurs

Deutsch: Marien-Glockenblume

Synoniemen:

Familie: Campanulaceae (Klokjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Campanula is klokje, naar de vorm van de bloem. Medium betekent er tussen in. Medium betekent er tussen in (de plant heeft intermediaire kenmerken ten opzichte van andere soorten van dit geslacht).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 60-90 cm.


Fontema -
CC BY-SA 3.0


Guťrin Nicolas -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Stengels: De rechtopstaande, roodbruine stengels zijn borstelig behaard (stijf behaard).


Guťrin Nicolas -
CC BY-SA 3.0


Hectonichus -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: In het eerste jaar vormt de plant een bladrozet, in het tweede jaar groeit hieruit de stengel met de bloemen. De onderste bladeren zijn gesteeld. Ze zijn lancetvormig tot elliptisch en worden12-15 cm lang. De bladrand is getand. De bovenste bladeren zijn kleiner, lancetvormig, zittend en bijna stengelomvattend. De bladeren zijn borstelig behaard.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De grote, lichtblauwe, rose of witte bloemen zijn kort gesteeld. Ze groeien in eindelingse trossen. De bloemkroon heeft een kale, omgebogen rand (de bochten tussen de vijf kelkslippen hebben teruggeslagen eironde, stompe aanhangsels). Bloemen met vijf stempels. De klokjesvormige bloemen staan dicht tegen de steel en bedekken zo een groot deel van de plant.


Mariofan13 -
CC BY-SA 3.0


Hectonichus -
CC BY-SA 3.0


Tony Hisgett -
CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een vijf-hokkige doosvrucht. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Henry Sonnet - CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochthoudende, goed doorlatende, voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Mergelgroeven, bosranden, grasland.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid-Europa (ItaliŽ en Zuidoost-Frankrijk). Ingeburgerd elders in Zuid-Europa en in Midden-Europa.

Nederland: Zeer zeldzaam ingeburgerd in Zuid-Limburg (mergelgroeve 't Rooth).

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen

In cultuur als tuinplant.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen. Eerste boek. Van allerley boomen, Abraham Munting (1696)


Afbeeldingen en beschrijvingen van boomen, heesters, ťťnjarige planten, enz., voorkomende in de Nederlandsche tuinen, H. Witte, A.J. Wendel (1868)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Medium flore purpureo - Medium flore argenteo
Medium flore albo - Medium flore caeruleo
Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Moninckx atlas, deel 8, J. Moninckx (1682-1709)


Curtis's Botanical Magazine, deel 7, William Curtis (1794)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL