Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Marjoleinbekje - Chaenorhinum origanifolium

Frysk:

English: Malling Toadflax

FranÁais: Linaire ŗ feuilles d'origan

Deutsch: ZwerglŲwenmšulchen

Synoniemen: Chaenorrhinum origanifolium

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Chaenorhinum is een samenstelling van Oudgrieks chainein (openen) en rhis (snuit), naar de vorm van de bloem. Origanifolium is samenstelling van origanum (marjolein) en folium (blad), naar de vorm van de bladeren.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend of soms tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-30 cm.


Mike Prince -
CC BY 2.0


Johan N -
CC BY-SA 3.0


Ghislain118 -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0

Wortels


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC0


europeana.eu -
CC0

Stengels: De liggende tot opstijgende stengels zijn meestal vertakt en bezet met klierachtige haren.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0

Bladeren: De onderste bladen zijn elliptisch. De hogere bladen zijn lancetvormig, tegenoverstaand en met stompe of spitse top. De bladeren worden tot 2,2 cm lang.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


John de Vos - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Renzo Salvo -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is een ijle, eindstandige tros. De schutblaadjes zijn elliptisch. De kelk wordt tot 8 mm lang en is diep verdeeld in vijf ongelijke, spatelvormige lobben. De bloemkroon wordt 8-20 mm lang (incl. spoor). Deze is blauwachtig paars met een bleekgeel gehemelte, min of meer buisvormig, met een korte spoor en twee bloemlippen. De bovenste lip is tweelobbig en de onderste drielobbig. Het gehemelte sluit de buis niet volledig af. Er zijn vier meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel.


Bernard Dupont -
CC BY-SA 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Renzo Salvo -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een bolvormige doosvrucht. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Renzo Salvo -
CC BY-NC-ND 4.0


Catherine Mahyeux - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op droge, kalkrijke, stenige of zandige grond.

Groeiplaatsen: Oude, kalkrijke muren, tussen straatstenen, kalkrotsen, duinen, puinhellingen en kalkgrasland (op een hoogte van 500 tot 2500 m.)

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het westelijk Middellandse-Zeegebied.

Nederland:Voor het eerst gevonden in 1990. Recent ingeburgerd. Het meest in stedelijke gebieden.

Vlaanderen: Mogelijk plaatselijk ingeburgerd in enkele stedelijke gebieden.
WalloniŽ:
Nog niet ingeburgerd.

Toepassingen

Vaak toegepast in rotstuinen (ook als bodembedekker) en als muurbegroeiing.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Icones et descriptiones plantarum, deel 2, A.J. Cavanilles (1793)


Fig. B - Fig. A
Illustrationes florae Hispaniae insularumque Balearium, deel 2, H.M. Willkomm (1881-1892)


Flora Atlantica, deel 2, R.L. Desfontaines (1799)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL