Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Meekrap - Rubia tinctorum

Andere namen

Frysk:

English: Madder

Français: Garance

Deutsch: Krapp

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Gentianales

Familie: Rubiaceae (Sterbladigenfamilie)

Geslacht: Rubia (Meekrap)

Soort: Rubia tinctorum

Naamgeving (Etymologie): Rubia komt van het Latijnse ruber (rood), naar de kleur die van de wortels wordt verkregen. Tinctorum betekent van de ververs.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 60-90 cm.


© Joost Bouwmeester - verspreidingsatlas.nl


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels: Een vrij dikke, min of meer houtige wortelstok.


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR


s.idigbio.org - CC0-1.0


s.idigbio.org - CC0-1.0

Stengels: De vierkantige stengels zijn ruw door omlaag gerichte stekeltjes.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De langwerpige  bladeren zijn wintergroen. Meestal groeien ze in kransen  van vier tot zes (onder en boven vier en in het midden zes). Aan de onderkant hebben zet netvormige nerven. De rand en de middennerf aan de onderkant is ruw door omlaag gerichte stekeltjes.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Bellelay - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Polygaam. De bloemen groeien in losse, gesteelde bijschermen, langs een groot deel van de stengel (twee bloemen per bladkrans). Ze zijn groengeel, vijftallig en de slippen aan de top zijn naar binnen teruggekromd.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Joost Bouwmeester - verspreidingsatlas.nl


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een steenvrucht. Er werden hier echter maar zelden vruchten gevormd. De steenvrucht is zwart of roodbruin, bolrond en bevat meestal maar één zaad.


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Bermen, dijken, ruigten (humeuze ruigten) en heggen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa. Ingeburgerd in Midden-, Zuid- en West-Europa.


gbif.org

Nederland: Vroeger in Zeeland en het rivierengebied bij Tiel. Voor het laatst gevonden in 1981.
Rode lijst 2012. Verdwenen uit Nederland. Trend sinds 1950: maximaal afgenomen. Ingeburgerd in de 17de eeuw.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Toepassingen

De wortelstokken bevatten de dieprode en zeer lichtechte kleurstof alizarine. Daarnaast werd de plant gebruikt als middel tegen reumatiek. Voor een goede opbrengst moet Meekrap op kalkrijke klei worden verbouwd, waar zij drie jaar moet groeien voordat ze wordt geoogst. Zeker sinds de twaalfde eeuw was zij in Zeeland en omgeving in cultuur, en in de zestiende eeuw werd dit het voornaamste centrum van meekrapteelt in Europa. Steden als Zierikzee, Tholen en Goes kwamen door het verwerken en verhandelen van deze plant tot bloei. Buiten het zuidwesten van ons land waren er slechts enkele centra van de teelt, waaronder Tiel. Toen in 1868 een synthetische bereidingswijze van alizarine werd ontdekt, stortte de meekrapcultuur volledig is. Aan de kleurechtheid van het meekrappigment heeft Nederland de rode baan van zijn vlag de danken. Oorspronkelijk waren de kleuren 'oranje-blanje-bleu'. Oranje werd gemaakt door menging van meekraprood met een gele kleurstof uit Wouw (Reseda luteola) of Curcuma-wortel. Deze gele pigmenten verbleekten echter op den duur, zodat het oranje in rood veranderde, en tenslotte heeft men de theorie maar bij de praktijk aangepast.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra