Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Middelste duivenkervel - Fumaria muralis

Frysk

English-Common Ramping-Fumitory

FranÁais-Fumeterre des murs

Deutsch-Mauer-Erdrauch

Synoniemen-Atlantische duivenkervel, Fumaria muralis subsp. boraei, Fumaria boraei

Familie-Papaveraceae (Papaverfamilie)

Naamgeving (Etymologie)-Duiven eten graag van de plant en de bladen lijken op die van Kervel, vandaar de Nederlandse naam. Fumaria is afgeleid van het Latijnse woord fumus (rook). Er zijn twee verklaringen voor de naam in omloop. 1. Als je het sap van de plant je ogen komt, komen er tranen en dat geeft hetzelfde gevoel alsof er rook in je ogen is gekomen. 2. Vroeger meende men dat de plant zich ook kon ontwikkelen uit damp of walm die uit de aarde opsteeg. Muralis betekent op of bij muren groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur-Eenjarig.

Plantvorm-Therofyt.

Hoofdbloei-Mei t/m september.

Afmeting-20-70 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels-De liggende of klimmende stengels zijn vrij tenger.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0

Bladeren-De bladdelen zijn langwerpig of wigvormig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Harry Rose - cc by 2.0

Bloemen-Tweeslachtig. De volgroeide, vrij losse, langgerekte bloemtrossen zijn even lang als de steel. De trossen bestaan uit met zes tot meeestal twaalf, maar soms tot vijftien purperroze, 0,9-1,2 cm grote bloemen, die aan de top bijna zwart zijn (zelden wit en bovenaan groen). Het onderste kroonblad is vaak vrijstaand en omlaag gericht. De kelkbladen (3-4 mm lang) zijn getand en vrij groot, vaak bedekken ze de hele breedte van de kroon (alleen onder tot voorbij de kroon komend).


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Harry Rose - cc by 2.0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Harry Rose - cc by 2.0

Vruchten en zaden-Een eenzadige dopvrucht of nootje. De schutbladen zijn iets korter dan de vruchtstelen. De meestal rechte vruchtstelen staan schuin af. De gladde of fijn wrattige vruchten zijn 2-2Ĺ mm lang, met een onduidelijke of afwezige hals. Droge vruchten zijn meestal gerimpeld. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem-Zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, omgewerkte of verstoorde, goed gedraineerde, zwak zure grond (zand en lichte rivierklei).

Groeiplaatsen-Akkers, akkerranden, braakliggende grond, ruderale plaatsen, hellingen, muren, puinhopen, humeuze ruigten, sterk begraasde oude boomgaarden, open plekken in bermen, spoorbermen, heggen en struwelen.

Verspreiding

Wereld-Oorspronkelijk uit West-Europa, noordelijk tot in Zuid-Noorwegen.

Nederland-Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen-Ingeburgerd. Zeldzaam.

WalloniŽ-Inheems. Verdwenen.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl