Wilde planten in Nederland en België

Middelste teunisbloem - Oenothera biennis

Frysk: Nachtlampke

English: Common Eveningprimrose

Français: Onagre bisannuelle

Deutsch: Gemeine Nachtkerze

Synoniemen: Gewone teunisbloem

Familie: Onagraceae (Teunisbloemfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Teunisbloem is waarschijnlijk genoemd naar Sint Antonius van Padua. Op 13 juni wordt in veel katholieke landen het feest van Sint Antonius gevierd. De plant begint omstreeks deze tijd te bloeien. Oenothera is genoemd naar een Oudgriekse plant (Oinothèras) waarvan men de wortel opkookte tot een brouwsel dat sterk naar wijn rook. Biennis betekent tweejarig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 10 tot 150 cm.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een dikke, vlezige penwortel.


Ziounclesi -
CC BY 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De forse, rechtopstaande en behaarde stengels hebben geen rode knobbeltjes, behalve aan de voet en aan oude takken.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande, langwerpige bladeren zijn zwak getand tot vrijwel gaafrandig. De rozetbladen bollen enigszins op tussen de nerven en zijn soms aan de voet grof getand. De rozetbladen en de onderste stengelbladen hebben een vrij lange, gevleugelde steel. De andere bladen hebben een korte steel.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Iedere bloem staat in de oksel van een schutblad. De vier kroonbladen zijn 2-3 cm lang. Het onderstandig vruchtbeginsel is buisvormig, vierhokkig en min of meer vierkantig. De stijl met de vier stempels wordt tot 1½ cm lang en is korter dan de acht meeldraden. De kelkbladen zijn helemaal groen. De kelkbuis is minder dan twee keer zo lang als de kelkslippen. Bij de gesloten bloemknop staan de topspitsjes van de kelkbladen evenwijdig. Het vruchtbeginsel heeft geen rode knobbeltjes. De geurende bloemen openen zich 's avonds.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn helemaal groen. Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende, vaak omgewerkte (verstoorde) grond (zand en stenige plaatsen, soms op zavel of mergel).

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, bermen, zeeduinen (o.a. in laag duindoornstruwelen), dijken, ruigten (kalkrijke ruigten), afgravingen (zand- en steengroeven), langs spoorwegen (spoorwegterreinen), haventerreinen, industrieterreinen, bouwterreinen, bij steenfabrieken, braakliggende grond, opgespoten grond en stortplaatsen.

Verspreiding

Wereld: De voorouders van de Middelste teunisbloem werden begin 17de eeuw ingevoerd vanuit Noord-Amerika. In Europa heeft de plant zich tot een andere soort ontwikkeld.

Nederland: Algemeen. Het meest  op de hoge zandgronden, in het rivierengebied van Midden- en Zuid-Nederland, in de duinen en in stedelijke omgeving.

Vlaanderen: Algemeen. Al sinds de 18e eeuw ingeburgerd.
Wallonië
Vrij zeldzaam.

Toepassingen

Mogelijk is de soort enkele eeuwen geleden in Europa ontstaan uit vanuit Amerika ingevoerde planten. Deze plant wordt ook wel gekweekt om zijn oliehoudende zaden. De olie wordt o.a. gebruikt in de cosmetica-industrie. Teunisbloemolie helpt ook bij menstruele klachten. De wortels smaken enigszins naar pastinaak, de gedroogde zaden zijn eetbaar vanwege de gezonde olie en de (zoete) bloemen worden wel in salades gebruikt. Ook wordt er uit de bloemen een gele verfstof gemaakt.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Botanische wandplaten


Botanische wandplaten (1903)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)


Gruppenweise Artbildung unter spezieller Berücksichtigung der Gattung Oenothera Hugo de Vries (1913)


Botanische Wandtafeln, A. Peter (1901)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 8, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Illustratio systematis sexualis Linnaei, J.S. Miller (Mueller, Müller), M.B. Borckhausen, (1770-1777)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830)


Naturalis Biodiversity Center


Deutschlands flora, deel 2, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


Addisonia, deel 17, M.E. Eaton (1932)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL