Wilde planten in Nederland en België

Middelste waterranonkel - Ranunculus aquatilis

Frysk: Fine wetterbûterblom

English: Common water-crowfoot (White water-crowfoot)

Français: Renoncule aquatique

Deutsch: Gemeiner Wasserhahnenfuß

Synoniemen: Fijne waterranonkel, Ranunculus aquatilis var. aquatilis

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana en betekent kikker. Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Aquatilis betekent in het water levend.

Opmerking: Kleine waterranonkel en Middelste waterranonkel werden in Nederland voorheen samengevoegd onder de naam Fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis var. diffusus en Ranunculus aquatilis var. aquatilis).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m augustus.

Afmeting: 10-150 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Michel Gaubert -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Diep wortelend.


The New York Botanical Garden -
CC BY 4.0


Rob Foster -
CC BY 4.0


Jamee Moulton -
CC BY-NC 4.0


stenvang -
CC BY-NC 4.0

Stengels: De stengels drijven voor een deel. De bladsteel van de drijvende bladen zijn langer dan de vruchtsteel.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Aroche -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi -
CC BY-SA 2.0 FR


Benjamin Gilbert -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Drijvende en overgangsbladen kunnen aanwezig zijn, maar ze kunnen ook ontbreken. De volgroeide ondergedoken bladen zijn korter dan de stengelleden. De drijvende bladeren zijn diep gedeeld in drie slippen, die aan de rand vaak uitlopen in draadvormige punten. Op drooggevallen plaatsen hebben ze korte, stijve slippen. Ondergedoken bladeren worden tot 5 cm lang en zijn meervoudig driedelig en aan het eind gaffelvormig vertakt. De lijnvormige slippen liggen in het water uitgespreid, maar kleven buiten het water samen.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


jcech -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De witte bloemen zijn 1 tot 2 cm. De vijf 5-12 mm lange kroonbladen bedekken elkaar rondom een geel hart. Ze hebben dus een gele voet (nagel). Elke bloem heeft eveneens vijf kelkbladen. Er zijn meestal veertien tot tweeentwintig meeldraden. De honinggroeven zijn cirkelvormig (zelden halvemaanvormig). De behaarde bloembodem is is bij rijpheid ongeveer even lang als breed. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Jean-Claude Echardour -
CC BY-SA 2.0 FR


Michel Gaubert -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De ovale vruchten zijn 1,5-2 mm lang en niet gevleugeld. De vruchtjes kunnen kaal of behaard zijn. Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR


Nathalie De Somer -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen, in ondiep, stilstaand of zwak stromend, matig voedselrijk tot voedselrijk, neutraal tot licht alkalisch, hard, meestal helder, zoet of zwak brak water met een bodem van zand, zavel of klei of een stenige bodem. Soms ook op droogvallende plekken.

Groeiplaatsen: Water (vijvers, sloten, kanalen, beken, poelen, plassen, doorbraakkolken en kleiputten), zeeduinen (duinpoelen), soms in periodiek overstroomde gebieden (dan eenjarig) en in water boven rotsgesteente. Vaak vlak langs de oevers.

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen, in gebieden met een gematigd of koel klimaat. Het meest in West- en Midden-Europa.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen, maar zeldzaam op de hoge zandgronden.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meestin het kustgebied, met name in de Polders.
Wallonië
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten). Kleine waterranonkel en Middelste waterranonkel


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Ecphrasis minus cognitarum stirpium, deel 1, F. Colonna (1616)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


water Levercruyt
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL