Mierikswortel - Armoracia rusticana

Frysk. Piperwoartel

English. Horseradish

Français. Raifort

Deutsch. Meerrettich

Synoniemen. Mierik, Cochlearia armoracia

Familie. Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie). Volgens sommigen wordt de naam Armoracia in verband met Armoricum (Bretagne), waar de plant veel zou voorkomen. Volgens anderen is de naam afgeleid van het Griekse armos (verbinding) en rakos (flarden), de onderste bladen zijn namelijk vaak gespleten en de bovenste gaaf, dus een plant die als het ware de flarden van de bladen verbindt. Rusticana betekent boers of plattelands.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur. Overblijvend.

Plantvorm: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei. Mei t/m juli.

Afmeting. 60-120 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Herman Langen - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels. Een penwortel en een zware wortelstok.


Attilio Marzorati - cc by-nc-nd 4.0


Frank Vincentz - cc by-sa 3.0


Anna reg - cc by-sa 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Stengels. Rechtopstaande, kale bloeistengels.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


H. Zell - cc by-sa 3.0

Bladeren. De bladen zijn kaal. De wortelbladen zijn langwerpig-eirond. Ze worden soms meer dan 1 meter lang en zijn lang gesteeld en getand. De stengelbladen zijn kleiner. De onderste stengelbladen zijn meestal diep ingesneden (vaak gelobd tot veerspletig). De bovenste zijn lancetvormig. stomp, niet gedeeld en getand tot gaafrandig en zittend met een versmalde voet.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bloemen. Tweeslachtig. De witte, bloemen groeien in brede pluimen met veel bloemen. De kroonbladen zijn 5-7 mm lang.


© Marian Baars - verspreidingsatlas.nl


Herman Langen - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden. De hauwtjes zijn bolvormig tot eirond, gezwollen en 4-6 mm groot. Ze groeien op een dunne steel. Rijp zaad wordt in onze omgeving zelden of nooit gevormd. De soort breidt zich hier alleen vegetatief uit. Tweezaadlobbig.


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0


Emma Silviana Mauri - cc by-nc-nd 4.0

Biotoop

Bodem. Zonnige, warme plaatsen op vochtige, matig tot zeer voedselrijke, met name stikstofrijke, omgewerkte grond (zand, leem, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen. Bermen, rivierdijken,  spoorbermen, spoordijken, humeuze ruigten, waterkanten, ruderale plaatsen, heggen, bij composthopen en stenige plaatsen. Vroeger ook in vochtig weiland.

Verspreiding

Wereld. Oorspronkelijk uit Zuid-West-Azië en Zuidoost-Europa (zuidelijk Rusland, het stroomgebied van de Don en de Wolga).

Nederland. Archeofyt. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen. Archeofyt. Vrij algemeen.

Wallonië. Archeofyt. Zeldzaam.

Toepassingen

Sinds de twaalfde eeuw is Mierik in cultuur om zijn wortel, die als keukenkruid en soms ook als geneeskruid wordt gebruikt. Vooral in Engeland is de soort populair. Hij smaakt mosterdachtig scherp en wordt in de herfst geoogst. Stukken wortel die bij het oogsten in de grond zijn achtergebleven groeien weer uit tot nieuwe planten. Ook door grondverzet of rivierwater worden delen van de wortels verspreid, die weer kunnen uitgroeien. Mierikplanten die op grote afstand van elkaar voorkomen, kunnen zo oorspronkelijk delen van een en dezelfde plant zijn.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl