Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Mispel - Mespilus germanica

Frysk: Mispelbeam

English: Medlar

Français: Néflier d'Allemagne

Deutsch: Mispel

Synoniemen:

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Mespilus komt van het Griekse mesos (midden) en spilos (klip of steenmassa), waarschijnlijk omdat de vijf stenen (pitten) steenachtig zijn en met hun toppen uit het vruchtvlees steken. Germanica betekent Duits.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik, boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Mei.

Afmeting: 1½-3 meter, maar gekweekt tot 6 meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stam: De bruine tot lichtgrijze schors heeft horizontale lenticellen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Takken: De takken zijn min of meer gedoornd, maar kweekvormen vaak niet. De jonge takken hebben een gladde schors en zijn zacht behaard. Oudere takken zijn meer gebarsten.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande, langwerpige, omgekeerd eirondebladeren zijn 5-12 cm lang. Ze zijn gaafrandig of bovenaan fijn gezaagd, toegespitst, kort gesteeld, donkergroen, zacht behaard en hebben een zeer korte steel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen zijn 2½4 cm. De vijf kroonbladen zijn wit of soms iets roze. Er zijn vijf lange kelkslippen. De bloemstelen en kelk zijn zacht behaard. Er zijn veel meeldraden en het vruchtbeginsel is onderstandig met een stijl en vijf stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een pitvrucht. De bolvormige, bruinachtige  vruchten worden 2-3,5 cm. Ze hebben een kroontje van blijvende kelkbladen. Ze smaken melig en wrang, pas als ze na enige maanden iets beurs zijn geworden zijn ze eetbaar. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkarme, zwak zure tot neutrale grond (leem, lemig zand, löss en rivier- of beekzand).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen en beekoeverwalbossen), bosranden, houtwallen, struwelen, heggen, oude boomgaarden en langs holle wegen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa. Door de Grieken werd de boom of struik ingevoerd in Zuid-Europa en door de Romeinen in West- en Midden-Europa.

Nederland: Vrij zeldzaam in Twente, in de Achterhoek, in het oostelijk rivierengebied en in Zuid-Limburg. Elders zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in de Leemstreek en de Voerstreek. Elders zeldzaam.


Wallonië: Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in Brabant. Elders veel zeldzamer.

Toepassingen

De vruchten werden al gegeten door de Grieken en Romeinen, die de vrucht aan de god Saturnus hadden gewijd. Men kon, volgens de verhalen, veel kwalen genezen met mispels, zoals ernstige bloedingen, nierstenen en ingewandsstoornissen. Mispels kan men pas eten als ze overrijp zijn, het vruchtvlees zacht is geworden, maar de buitenkant moet nog gaaf zijn. Vorst zorgt hiervoor, maar je kunt de mispels ook in de herfst plukken en ze een paar weken afgedekt wegleggen, totdat ze beurs zijn geworden. Men maakt gelei van de mispels.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Afbeeldingen der fraaiste, meest uitheemsche boomen en heesters, J.C. Krauss (1840)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Flore médicale, deel 5, F.P. Chaumeton (1831)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Vollständige Beschreibung und Abbildung der Sämmtlichen Holzarten, F.L. Krebs (1826)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Herbarium Blackwellianum, deel 2, E. Blackwell (1754)


Traité des arbres et arbustes, Nouvelle édition, deel 4, H.L. Duhamel du Monceau, P.J. Redouté (1809)


Traité des arbrisseaux et des arbustes cultivés en France, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1825)


Mespilus - Mespilus domestica
Plantarum seu stirpium icones, deel 2, M. de Lobel (1581)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra