Wilde planten in Nederland en België

Moerasandoorn - Stachys palustris

Frysk: Hazze-ear

English: Marsh Woundwor

Français: Epiaire des marais

Deutsch: Sumpf-Ziest

Synoniemen:

Familie: Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Stachys betekent aar, naar de aarvormige bloeiwijze. Palustris betekent van het moeras.

Kruising: Moerasandoorn en Bosandoorn (Stachys x ambigua) kunnen met elkaar een bastaard vormen, die in de regel onvruchtbaar is, maar zich door middel van uitlopers soms aanzienlijk kan uitbreiden.
Bastaardandoorn, de kruising tussen Bosandoorn en Moerasandoorn geeft de voorkeur aan vochtige tot natte, verstoorde, meestal beschaduwde plaatsen. Ze groeit langs bosranden, in bermen, op oevers van watergangen, vaak niet in de nabijheid van beide stamouders. Het arealen van de beide stamouders overlappen elkaar in heel Centraal- en West-Europa en de bastaard kan hier overal optreden. De kruising is her en der verspreid aangetroffen in Zuid en Oost-Nederland, maar wordt waarschijnlijk vaker over het hoofd gezien. Ze is intermediair tussen de stamouders, maar lijkt ook vaak wat meer op Moerasandoorn. Alle bladeren van de Bastaardandoorn zijn gesteeld, maar duidelijk korter dan bij de Bosandoorn. De bladvorm neemt eveneens tussenpositie in. De plant kan zich vegetatief sterk uitbreiden door de ondergrondse uitlopers, maar ook door afgebroken rhizoomdelen en het verplaatsen daarvan. Meestal worden er geen rijpe zaden gevormd, verspreiding geschiedt dan in de vruchtkelken door de wind of als klit.
René van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of geofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 40 tot 120 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: De wortels zijn aan de top knolvormig verdikt. Moerasandoorn heeft ondergrondse uitlopers.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De rechtopstaande, vierkante stengels zijn meestal niet of weinig vertakt.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De kruisgewijs tegenoverstaande, langwerpige bladeren hebben een zwak hartvormige voet en een spitse top. Ze zijn iets gekarteld. De onderste bladeren zijn zittend of kort gesteeld. De bovenste meestal zittend en halfstengelomvattend. Ze worden 3-12 cm lang. De bladeren geuren maar weinig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in schijnkransen met vier tot tien bloemen. Ze zijn roze, 1,4-1,8 cm lang en dubbel zo lang als de kelk, die kort behaard is. De bovenlip van de kroon heeft een gave rand en de onderlip is driedelig met een donkere tekening (het honingmerk). De bloemen hebben vier meeldraden waarvan er twee langer zijn dan de beide andere. Het bovenstandige vierhokkig vruchtbeginsel heeft stijl met twee stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een vierdelige splitvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 3.0


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, soms periodiek overstroomde, voedselrijke tot zeer voedselrijke, humeuze, vaak zwak zure grond (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Waterkanten (o.a. op steen- en basaltglooiingen), moerassen (drijftillen), drooggevallen plaatsen, grasland (ruig drassig grasland) bermen, akkers (akkers op klei en akkerranden), bossen (moerasbossen en bronbossen), struwelen, ruigten (natte ruigten), grienden en braakliggende grond.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen, maar vrijwel niet in de Hoge Kempen en vrij zeldzaam in de Duinen.

Wallonië: Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Deutschlands flora, deel 5, J. Sturm, J.W. Sturm (1804-1806)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


A curious herbal, deel 2, E. Blackwell (1739)


Herbarium Blackwellianum, deel 3, E. Blackwell (1757)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 2, A.Q. Rivinus (1690-1777)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, deel 6, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)


Lysimachia galericulata
Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra