Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Moerasbeemdgras - Poa palustris

Frysk: Wettermiedegers

English: Swamp Meadow-grass

FranÁais: P‚turin des marais

Deutsch: Sumpf- Rispengras

Synoniemen: Poa serotina

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Poa is het Griekse woord voor gras. Palustris betekent van het moeras.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 30-150 cm.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Daderot - Public Domain

Wortels: Geen wortelstokken, maar soms wel korte uitlopers.


Dean Wm. Taylor -
CC BY 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0

Stengels: De onderste takken van de bloeiwijze staan met drie tot zes bij elkaar en zijn opgericht, maar hangen vaak aan de top over. Moerasbeemdgras vormt losse pollen.


Denis Davydov -
CC BY-NC 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De stengelbladen zijn vlak. De bladtop is spits. De bladschede is afgerond of zwak gekield. Het tongetje is afgerond en 2-5 mm lang.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Kira Marchenkova -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De grote, ijle bloempluim is glanzend en bevat veel bloemen. De onderste takken van de bloeiwijze staan met drie tot zes bijeen. Ze staan opgericht, maar hangen vaak aan de top over. Na de bloei staat de pluim wijd uit en heeft bijna witte aartjes. De palea is op beide nerven zeer kort stekelharig. De lemma's, na het drogen, zonder uitspringende nerven.


Degtyarev Nikolai Ivanovich -
CC BY-NC 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Rutger Barendse - freenatureimages.eu

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vrij open plaatsen op vochtige tot natte, zelden vrij droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot basische, kalkhoudende, al of niet humeuze grond (zand, leem en veen, soms op klei of duinzand).

Groeiplaatsen: Moerassen, waterkanten (beken, rivieren en gegraven duinplassen), grasland (hooiland en beekdalhooiland), bermen, droge sloten, afgravingen (leemgroeven), afgeplagde plekken, braakliggende grond, langs spoorwegen (vrij droge plaatsen in ballastbedden), grienden, zelden in bossen en op kapvlakten.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. In Europa voornamelijk in het noorden en midden. Westelijk tot in Midden-Frankrijk.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzamer in Zeeland, in de duinen en in het noordelijk zeekleigebied.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 7, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL