Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Moeraslantaarn - Lysichiton americanus

Frysk:

English: American skunk cabbage (Yellow skunk cabbage)

FranÁais: Lysichiton d'Amťrique (Faux-arum)

Deutsch: Gelbe Scheinkalla

Synoniemen: Moerasaronskelk

Familie: Araceae (Aronskelkfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lysichiton is afgeleid van twee Griekse woorden: lysis (oplossen) en chiton (pantser), verwijzend naar de bloeikolf. Americanus verwijst naar Amerika.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt.

Bloeimaanden: April en mei.

Afmeting: 30-70 cm.


Grim Katharsis - CC BY-SA 4.0


Agnes Monkelbaan - CC BY-SA 4.0


S. Rae - CC BY 2.0


S. Rae - CC BY 2.0

Wortels: Een dikke, kruipende  wortelstok. De planten kunnen dichte populaties vormen en andere inheemse planten verdringen.


intermountainbiota.org - CC BY-NC 3.0


intermountainbiota.org - CC BY-NC 3.0


intermountainbiota.org - CC0-1.0


intermountainbiota.org - CC0-1.0

Stengels


John Rusk - CC BY 2.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund - CC BY 2.5


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De grote, glanzende,  langwerpig-eironde en meestal toegespitste  (soms stompe) bladen hebben een afgeknotte tot wigvormige  voet. Ze zijn dik en leerachtig en  kunnen tot 50 cm lang worden en staan rechtop in een rozet op de  wortelstok.


Salicyna - CC BY-SA 4.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 4.0


Gossipguy - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeikolf (met zeer kleine bloemen) wordt 10-35 cm lang. De bloeikolf is aan de voet omsloten door het schutblad. Het heldergele schutblad is veel langer dan de bloeikolf. Onderaan vind je de vrouwelijke bloemen en bovenaan de mannelijke. De bloemen verspreiden een onaangename geur. Ze lokken op die manier bepaalde soorten insecten die voor de bestuiving zorgen.


Vojtech Zavadil - CC BY-SA 4.0


Donald Macauley - CC BY-SA 2.0


BlindGoofy - CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Tweezaadlobbig. De 6 mm grote, groenachtig tot roodachtige, besvormige vruchtjes bevatten 1 of 2 zaadjes. Ze rijpen van juni tot augustus. De plant verspreidt zich voornamelijk via zaden, die lang hun kiemkracht behouden.


Scott Ramos - CC BY-NC 4.0


Chloe and Trevor - CC BY-NC 4.0


Chloe and Trevor - CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, voedselrijke, kleiige en venige grond.

Groeiplaatsen: Moerassen, vochtige bossen, broekbossen en waterkanten.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het westen van Noord-Amerika. Ingeburgerd in Europa en Japan.

Nederland: Zeldzaam. Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Voor het eerst gevonden in 2006.
WalloniŽ
: Zeer zeldzaam. Sinds 2010 in het wild aangetroffen.

Toepassingen

In Europa toegepast als sierplant in tuinen. Noord-Amerikaanse indianen aten in tijden van hongersnood de bladeren na een uitvoerige bewerking (ze zijn giftig). Ook werden ze wel gebruikt bij brandwonden en infecties. De grote bladen werden ook gebruikt als verpakkingsmateriaal van levensmiddelen (voor de bekleding van manden).

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL