Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Moeraslathyrus - Lathyrus palustris

Andere namen

Frysk: Skuontsjes

English: Marsh Pea

Français: Gesse des marais

Deutsch: Sumpf- Platterbse

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Fabales

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Geslacht: Lathyrus

Soort: Lathyrus palustris

Naamgeving (Etymologie): Lathyrus komt van het Griekse Lathyros: een erwtensoort die vroeger door arme mensen werd gegeten. Lathyrus is een samenstelling van la (zeer) en thuros (afvoerend, prikkelend, heftig en onstuimig), omdat twee Zuid-Europese lathyrussoorten als geslachtsdrift opwekkend bekend stonden. Palustris betekent het moeras bewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 30-100 cm.


Matti Virtala - CC0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Hans Boll - freenatureimages.eu


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Met ondergrondse uitlopers en met wortelknolletjes aan de stengelvoet van de zijwortels.


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0

Stengels: De breed gevleugelde, klimmende stengels zijn niet of weinig vertakt en iets behaard.


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be


Kenraiz - GFDL


Marko Vainu - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De niet vlezige bladeren zijn geveerd met twee tot vijf paar langwerpige tot lijnvormige, 3-6 cm lange deelblaadjes, die meestal eindigen in een vertakte rank. De nerven lopen evenwijdig aan elkaar, de zijnerven eindigen bij de top. De steunblaadjes zijn half-spiesvormig. De bladsteel is nauwelijks gevleugeld en 0,5-1 mm breed.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Fornax - Public Domain


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Langgesteelde trossen met drie tot zes bloemen. Deze zijn 1-2 cm. Eerst zijn ze licht roodpaars, later worden ze fletsblauw en tenslotte bijna groenachtig.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be

Vruchten: Een doosvrucht. De bruine, kale peulen worden 2½-6 cm lang. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop
Bodem: Zonnige plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, onbemeste tot licht bemeste, niet te zure, vaak iets kalkhoudende grond (veen en zand). Vaak op kwelplekken. Ook in brak milieu.

Groeiplaatsen: Grasland (moerassig grasland en nat, licht bemest grasland), zeeduinen (duinvalleien, oevers van duinplassen en kwelplekken aan de duinrand), waterkanten (o.a. langs greppels en tichelgaten), moerassen (rietmoeras en zeggenmoeras), strooiselruigten, ijsbaantjes en op buitendijkse zandplaten in het IJsselmeer.

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden (Midden- en Zuid-Fryslân, Noordwest-Overijssel, beekdalen aan de rand van Drenthe en het grensgebied van Utrecht en Holland) en zeldzaam in het rivierengebied en in de duinen. Elders zeer zeldzaam. Niet in Zuid-Limburg.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Nog slechts op 2 plaatsen (Woumen en Sint-Gillis-Waas).
Rode lijst. Bedreigd.


Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra