Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Moerassmele - Deschampsia setacea

Frysk: Sompebjindergers

English: Bog Hair-grass

FranÁais: Canche des marais

Deutsch: Moor-Schmiele

Synoniemen: Aristavena setacea, Aira setacea, Aira discolor

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Deschampsia is genoemd naar Louis Auguste Deschamps (1765-1842), een Frans botanicus. Setacea betekent met borstels of borstelig behaard.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli en augustus.

Afmeting: 30-60 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Gunnar Engan -
CC BY 4.0


benno te linde - CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Kleine pollen vormend. De pluimtakken zijn dikwijls S-vormig heen en weer gebogen (na de bloei staan ze meestal rechtop).


© Biopix: JC Schou


Gunnar Engan -
CC BY 4.0


© Biopix: JC Schou


© Jaap Rouwenhorst -
CC BY-NC-ND 3.0

Bladeren: De vrijwel rechtopstaande bladeren zijn blauwgrijs, vaak borstelvormig ingerold en 0,2-0,4 mm breed. Het tongetje van de stengelbladen is spits en 3-8 mm lang.


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


herbariaunited.org


© Benno te Linde -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijzetakken staan na de bloei meestal rechtop. De aartjes zijn 3-5 mm lang. De spil van het aartje is verlengd (ongeveer half zo lang als de tweede bloem). De twee bloemen staan daardoor vrij ver van elkaar. In omtrek lijkt het aartje driehoekig. De kafnaalden van de lemma's steken duidelijk buiten de kelkkafjes uit.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Biopix: JC Schou


Jaap Rouwenhorst - CC BY-NC-ND 4.0


© Otto Zijlstra -
CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Gunnar Engan -
CC BY 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure, kalkarme grond (lemig zand, eventueel bedekt met een dun laagje veen), met enige aanvoer van basenrijker grondwater. Gebonden aan overgangssituaties (gradiŽntsituaties).

Groeiplaatsen: Heide (langs ondiepe heidevennen en uitgeveende laagten), waterkanten (in de zomer droogvallende, maar uitdrogende venoevers), zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (leemputten), ijsbaantjes en grasland (blauwgrasland).

Verspreiding

Wereld: West-Europa, van Noord-Spanje tot de Pools-Duitse grens. Ook in Zuid-ScandinaviŽ, Schotland en Ierland. Buiten Europa alleen in de Andes in Chili.

Nederland: Zeer zeldzaam in het oosten van het land, in Noord-Brabant en op Terschelling.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen. Sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Bunte Schmiele
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL