Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Moerasvaren - Thelypteris palustris

Andere namen

Frysk: Sompefear

English: Marsh fern

Français: Fougère des marais

Deutsch: Sumpffarn

Verouderde of andere namen: Dryopteris thelypteris

Classificatie

Klasse: Pteropsida

Orde: Filicales

Familie: Thelypteridaceae (Moerasvarenfamilie)

Geslacht: Thelypteris (Moerasvaren)

Soort: Thelypteris palustris

Naamgeving (Etymologie): Thelypteris komt van thelys (vrouwelijk) en pteris (varen). Palustris betekent het moeras bewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-100 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Pleple2000 - CC BY-SA 3.0


Rob Routledge - CC BY 3.0


Le.Loup.Gris - CC BY 3.0

Wortels: Een lange kruipende vertakte wortelstok.


  http://herbariaunited.org


  http://herbariaunited.org


  http://herbariaunited.org


  http://herbariaunited.org

Stengels: De brosse, kale, strokleurige stengels zijn minstens even lang als de bladschijf. Aan de voet zijn ze zwart en daar soms met een paar schubben.


© Laurens Sparrius - verspreidingsatlas.nl


Pleple2000 - CC BY-SA 3.0


Rob Routledge - CC BY 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De kale bladeren staan verspreid, maar soms enkele dichter bij elkaar. De eerste onvruchtbare bladeren (15-60 cm) verschillen van de latere vruchtbare bladeren (tot 1 meter). Ze zijn langwerpig, aan de voet afgeknot, dubbel veerdelig en kort toegespitst. De deelblaadjes zijn zittend, diep ingesneden en met een smalle vleugel langs de bladspil. De deelblaadjes van de vruchtbare bladeren zijn langer dan die van de onvruchtbare bladeren.


© Laurens Sparrius - verspreidingsatlas.nl


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Filzstift - CC BY-SA 3.0


Nova - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Sporen. De ronde sporendoosjes bevinden zich halverwege de middennerf en op de rand op de zijnerven. Het dekvliesje is klein, teer, rond tot niervormig en valt vroeg af. De sporenhoopjes zijn voor een groot deel bedekt door de omgeslagen bladrand.


Rob Routledge - CC BY 3.0


Johan N - CC BY-SA 3.0


Pierfranco Arrigoni - CC BY-NC-ND 4.0


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfschaduwde plaatsen op natte, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond, vooral op laagveen, maar ook op stenige plaatsen.

Groeiplaatsen: Moerassen en waterkanten (veenmoerassen, beekmoerassen, regelmatig gemaaid zuur en venig rietland, kleine verlandende wateren, poelen en spoorsloten en in verlandende veenplassen op drijftillen), bossen (moerasbossen), ruigten, zeeduinen (duinvalleien), heide (langs heidevennen), bossen (langs bosgreppels) en soms op gracht- of sluismuren.

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen, voornamelijk in gematigde streken.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in laagveengebieden in Holland en Fryslân en in de beekdalen in Noord-Brabant en zeldzaam in het oosten en midden van het land. Elders zeer zeldzaam. Niet in Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Rode lijst. Zeer zeldzaam. Beschermd.


Wallonië: Zeer zeldzaam.
Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra