Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Moeraswolfsklauw - Lycopodiella inundata

Frysk: Sompewolvepoat

English: Marsh Clubmoss

FranÁais: Lycopode inondť

Deutsch: Sumpfbšrlapp

Synoniemen: Lycopodium inundatum

Familie: Lycopodiaceae (Wolfsklauwfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Wolfsklauw komt van de gelijkenis met de klauw van een wolf. Lycopodiella is afgeleid van Lycopodium (wolfspootje). Inundata betekent overstroomd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 3-10 cm.


arter.dk -
CC BY 4.0


Samuel Brinker -
CC BY-NC 4.0


Valerii Glazunov -
CC BY 4.0


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl

Wortels: De kruipende hoofdstengel heeft gaffelvormig vertakte kleine wortels.


Charlie Hohn -
CC BY 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De plant is eerst lichtgroen, maar wordt later geelgroen. Aan de voet van de rechtopstaande stengel (soms zijn er twee) vormen zich knoppen, die het volgende jaar tot nieuwe planten uitgroeien. Op deze manier kan het matten vormen. De korte, brosse, kruipende stengels worden tot 5 tot soms 15 cm lang. Ze zijn dicht bebladerd en kunnen over de hele lengte wortelen. Aan de top richten ze zich op. Bij een deel van de planten groeit ongeveer in het midden een rechtopstaande, gevulde stengel, die in een sporenaar uitloopt. De rechtopstaande zijtakken zijn niet vertakt.


Roger Rittmaster -
CC BY-NC 4.0


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De verspreidstaande, tot 6 mm lange bladeren zijn heldergroen. De vruchtbare bladen staan schuin af en zijn vaak naar binnen gekromd. Ze zijn vrij zacht, spits (priemvormig) en met een gave rand. De onvruchtbare priemvormige bladen zijn toegespitst, vrij slap en hebben geen lange haarachtige punt.


Rob Routledge -
CC BY-NC 4.0


gbif.org - CC BY 4.0


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Vruchten: De vruchtbare bladeren zijn vrijwel gelijk aan de onvruchtbare. De alleenstaande aren bevinden zich aan het eind van de zijtakken en zijn iets korter dan het zich daaronder bevindende rechtopstaande stengeldeel. Aan de top zijn ze iets versmald. Ze hebben geen steel, zijn smal driehoekig, met soms ťťn of twee grove tanden aan de voet, die bij rijpheid van de sporen bijna recht afstaan. De sporen zijn lichtgeel.


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op vochtige tot vrij natte, voedselarme, zure veen-, zand- en leemgrond.

Groeiplaatsen: Heide (natte plagplekken), afgravingen (zandgroeven), karrensporen, waterkanten (kale, onbemeste slootkanten), zeeduinen (duinvalleien) en afgeplagde bermen van zandwegen.

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in Europa,  Japan en in gematigde gebieden in  Noord-Amerika.

Nederland: Vrij algemeen  op de zandgronden in het noordoosten, oosten  en midden van het land en in Noord-Brabant. Vrij zeldzaam op de Waddeneilanden en  in de duinen van noordelijk Noord-Holland. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest  in de Kempen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 4 (1791)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Parisiensis, deel 7, P. Bulliard (1776-1781)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL