Wilde planten in Nederland en België

Moeraszoutgras - Triglochin palustris

Frysk: Sompesâltgers

English: Marsh Arrowgrass

Français: Troscart des marais

Deutsch: Sumpf-Dreizack

Synoniemen: Triglochin palustre

Familie: Juncaginaceae (Zoutgrasfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Triglochin komt van het Griekse tria (drie) en glochis (spits), de vrucht van is van onderen driekantig. Palustris betekent het moeras bewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-60 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daba -
CC BY-NC 4.0


Ian Bryson -
CC BY-NC 4.0


Teppo Mutanen -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Een geschubde, nauwelijks opgezwollen, ongeveer 10 cm lange, verticale wortelstok met lange, dunne uitlopers. Vaak zijn er ook uitlopers, die aan de top tot een bolletje opzwellen (een soort winterknoppen) en die het volgende jaar uitlopen.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Een onbehaarde plant. De stengel is dun (weinig meer dan 1 mm dik) en veel langer dan de bladen. De voet van de stengels en de bladbundels staan meestal verticaal en niet scheef. De bloemstelen zijn korter dan de vrucht.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Felix Riegel -
CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De grasachtige bladeren zijn diep gegroefd, tot 30 cm lang en 2 mm breed, hebben een kort, tweetoppig tongetje, vormen een wortelrozet en staan in twee rijen.


Piet Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Nathalie De Somer -
CC BY-NC-ND 4.0


Nathalie De Somer -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen samen losbloemige aren zonder schutbladen en meestal met een topbloem. De tros is na de bloei verlengd. De bloemen zijn 2-3 mm. Er is geen bloemdek. Elke bloem heeft drie stempels en zes meeldraden.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Bas Kers -
CC-BY-NC-SA-2.0

Vruchten: Een splitvrucht. De vruchten zijn lijnvormig, knotsvormig, 0,6-1 cm lang en 1-1½ mm breed en aan de voet versmald. Na het opengaan zijn ze smal pijlvormig. Ze bevatten drie deelvruchtjes en springen met drie kleppen open. De vruchttros is verlengd, smal en ijl en de vruchtstelen staan rechtop en zijn korter dan de vrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, meestal enigszins verstoorde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, weinig of niet bemeste tot vrij sterk bemeste, al of niet kalkhoudende grond. Ook op brakke grond (veen, klei, leem, zavel en zand).

Groeiplaatsen: Grasland (zilt grasland en grasland), bermen, waterkanten (langs kreken, kanalen, sloten, greppels en beweide uitgetrapte oevers), moerassen (jong trilveen, veenmoerassen, beekdalmoerassen en en slenken in bronveen), zeeduinen (langs drinkpoelen in laag duingrasland, in duinvalleien op open plekjes, langs paden en door duinen omsloten en zelden door de zee bereikte strandvlakten), hoge schorren (kwelders), recent bedijkte kwelders en heide (heidemoerasjes).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond en in zuidelijk Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen. Het meest in het westen en noorden van het land.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam. Het meest in het kustgebied.
Wallonië:
Zeer zeldzaam. Het meest nog in de zuidelijke Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Svensk botanik, deel 2, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Fig. 1-15
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


La flore et la pomone francaises, deel 2, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1829)


Gramen marinum spicatum alterum
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL