Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Moeslook - Allium oleraceum

Frysk: Keukenlok

English: Field Garlic

FranÁais: Ail des champs

Deutsch: Kohl-Lauch

Synoniemen:

Familie: Amaryllidaceae (Narcisfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Allium komt van het Griekse aglis (knoflook), dat is ontstaan uit glis (iets kroms of rond), dat verwijst naar de bol van de looksoorten. Allium zou echter ook afkomstig kunnen zijn van het Keltische all (warm, scherp of brandend), dat slaat op de eigenschappen van de plant. Oleraceum betekent als groente gebruikt of in moestuinen groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 30-80 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Jean-Louis Cheype - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Olesya Deineko -
CC BY-NC 4.0


Augustin Roche - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: De eironde tot rondachtig-eironde of langwerpig-eironde bollen staan alleen of in kluwens (nevenbollen) bij elkaar. De bol is met witachtige of bruine, meestal weinig gespleten vliezen omgeven.


Dendrofil -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


christiangilli -
CC BY-NC 4.0


Degtyarev Nikolai Ivanovich -
CC BY-NC 4.0

Stengels: De rechtopstaande, ronde, onbehaarde stengels zijn tot ongeveer halverwege bebladerd.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Degtyarev Nikolai Ivanovich -
CC BY-NC 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


christiangilli -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De drie tot vier donkergroene bladen zijn met merg gevuld. Ze zijn smal lijnvormig tot draadvormig en 2-5 mm breed. Onderaan zijn ze halfrond en gootvormig. Bovenaan zijn ze min of meer vlak. Ze zijn glad of aan de rand en van onderen op de nerven iets ruw. De schutbladen zijn langer dan de bloeiwijze.


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Kenraiz -
GFDL


Nikolay Panasenko -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien op lange, dunne bloemstelen. De overhangende bloemen zijn roodachtig, bruinrood of groenig-wit, klokvormig en 5-7 mm lang. De niet getande meeldraden zijn iets korter dan of ongeveer even lang als de langwerpig- lancetvormige, stompe of iets spitse (met een korte stekelpunt) bloemdekbladen. De stijl is 2-3 mm lang en heeeft een knopvormige stempel. Vaker zie je i.p.v. bloemen talrijke donker bruinrode broedbolletjes en maar enkele bloemen.


Piet Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Ruud beringen - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een omgekeerd-eironde, aan de top afgeknotte en aan de voet samengetrokken doosvrucht zonder zaden of met twee zaden. Vaak zijn er alleen broedbolletjes (zie onderstaande foto's).


Markus Greiner -
CC BY-NC 4.0


Serge M. Appolonov - CC BY-NC-ND 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Isidre blanc -
CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde, vrij warme en vrij open plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig stikstofrijke, kalkrijke, humushoudende en vaak omgewerkte grond (zand, zavel, mergel, lichte klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Akkers, rotsachtige plaatsen, struwelen, heggen, bosranden, hakhoutbosjes (kalkrijke zomen), dijken, bermen, grasland (kalklhellingen) en rivierduinen (op enigszins verstoorde of verruigde plekken).

Verspreiding

Wereld: In het grootste deel van Europa, maar ontbrekend in sommige randgebieden. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika.

Nederland: Zeldzaam. Het meest in het rivierengebied, in Zeeland en in de Hollandse duinen.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Vrij algemeen. Het meest in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands flora, deel 9, J. Sturm, J.W. Sturm (1812-1814)
Deutschlands flora, deel 20, J. Sturm, J.W. Sturm (1845-1849)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


New KreŁterbuch, L. Fuchs (1543)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Fig. 19, 20
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amťdťe Masclef (1893)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL