Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Mosbloempje - Crassula tillaea

Andere namen

Frysk: Moasblomke

English: Mossy Stonecrop

Français: Crassule Mousse

Deutsch: Moos-Dickblatt

Verouderde of andere namen: Tillaea muscosa

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Saxifragales

Familie: Crassulaceae (Vetplantenfamilie)

Geslacht: Crassula (Mosbloempje)

Soort: Crassula tillaea

Naamgeving (Etymologie): Mosbloempje lijkt op mos en groeit evenals mos op vochtige plaatsen. Crassula is afgeleid van het Latijnse crassus, wat dik of vlezig betekent. Tillaea is genoemd naar Michael Angelo Tilli, een Italiaans botanist (1653-1740), die een beschrijving van de botanische tuin van Pisa gaf.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 1-5 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


R.F. Stolwijk  - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Grada Menting  - verspreidingsatlas.nl


Mark Robinson - CC BY 2.0

Wortels


  http://herbariaunited.org


  http://herbariaunited.org


  http://herbariaunited.org


  http://herbariaunited.org

Stengels: De dunne stengels liggen op de grond, maar zijn aan het eind opstijgend. Meestal zijn ze ertakt, vierkantig en vaak sterk rood gekleurd.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Jymm - Public Domain


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De schubachtige blaadjes zijn eirond. Ze groeien kruisgewijs in paren. Elk blad is aan de voet met het tegenoverstaande blad vergroeid. De bladparen staan meestal dicht opeen en sluiten als dakpannen op elkaar aan.


© Theo Westra - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De zittende, 1-3 mm grote, rozewitte bloempjes groeien in kleine groepjes in de bladoksels. Ze hebben drie rondachtige kelkbladen, drie veel smallere kroonbladen, drie meeldraden  en drie vruchtbeginsels.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Mark Robinson - CC BY 2.0


Emmanuel Stratmains - CC BY-SA 2.0 FR


© Albert Dees - CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot vaak licht beschaduwde, open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, 's zomers sterk uitdrogende, matig voedselarme, humeuze, meestal wat verdichte grond (zand, leem, zavel, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Wegranden (langs en op licht beschaduwde voetpaden), bossen (weinig betreden bospaden bij buitenplaatsen en in parkbossen), karrensporen, tuinen, zeeduinen, begraafplaatsen en afgravingen (zandgroeven).

Verspreiding

Wereld: Noord-Afrika en Zuid- en West-Europa. Noordelijk tot in Nederland en Engeland. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika en Zuid-Afrika.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam tot zeer zeldzaam. Het meest  in Gelderland in het grensgebied van de Veluwe en het IJsseldal, op de Utrechtse Heuvelrug en in de duinen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Uitgestorven. Voor het laatst gevonden in 1978.
Rode lijst. Verdwenen uit Vlaanderen.


Wallonië: Zeer zeldzaam in Henegouwen bij Stambruges-Grandglises.
Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra