Wilde planten in Nederland en België

Moseik - Quercus cerris

Frysk:

English: Turkey Oak

Franįais: Chęne chevelu

Deutsch: Zerr-Eiche

Synoniemen:

Familie: Fagaceae (Napjesdragersfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Quercus komt mogelijk van het keltische quer (fraai) en cuex (boom). Het kan ook van het Griekse karkos of kartos (kracht) afkomstig zijn. omdat de eik als zinnebeeld van kracht werd beschouwd of van quaerere dat "vragen" betekent en verwijst naar de orakels die zich onder eikenbomen afgespeeld zouden hebben. Cerris betekent mosachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: Mei.

Afmeting: Tot 20 meter.


Albarubescens -
CC BY-SA 4.0


Albarubescens -
CC BY-SA 4.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Pásztörperc -
CC BY-SA 3.0

Stam: Een brede, koepelvormige kroon met opgaande takken. De bast is donkergrijs en gegroefd. Bij volwassen bomen zijn de schorsspleten vaak oranje gestreept nabij de basis van de stam.


Marija Gajic -
CC BY-SA 4.0


Dimėtar Nāydenov -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Takken: De jonge twijgen zijn kort behaard, maar worden later soms kaal. De knoppen zijn bleekbruin en donzig.


Dimėtar Nāydenov -
CC BY-SA 4.0


Dimėtar Nāydenov -
CC BY-SA 4.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Stephen James McWilliam -
CC BY 4.0

Bladeren: De steunblaadjes zijn blijvend. De kort gesteelde (de steel is behaard en ongeveer 2 cm lang), langwerpige en glanzende bladeren  zijn 7-14 cm lang en 3-5 cm breed. Ze kunnen ondiep gelobd zijn, maar ook diep veerspletig. Aan de bovenkant zijn ze donkergroen en iets ruw. Aan de onderkant zijn ze kort behaard of grijsviltig.


Stephen James McWilliam -
CC BY 4.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Patrick Hacker -
CC BY 4.0


Marce -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De katjes worden door de wind bestoven. De mannelijke bloemen vormen samen 5-6 cm lange, roodachtige tot gelige katjes. De vrouwelijke bloemen zitten in de oksels van nieuwe bladeren. Ze zijn eivormig, ongeveer 5 mm lang en hebben donkerrode stempels omgeven door geelachtige schubben.


campghost -
CC0-1.0


Dimėtar Nāydenov -
CC BY-SA 4.0


Dimėtar Nāydenov -
CC BY-SA 4.0


Dimėtar Nāydenov -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vrij smalle, eivormige eikels rijpen in het tweede jaar. Ze hebben een zeer korte steel of ze zijn zittend.. De eikels zijn 2,5-4 cm lang en 2 cm breed, enigzins tweekleurig met een oranjeachtig onderste helft die overgaat in een groenbruine punt. Het napje is 1-2 cm diep en dicht bezet met zachte 4-8 mm lange, stijve 'bemoste' borstelharen. Tweezaadlobbig.


Francesco Cecere -
CC0-1.0


cpu -
CC BY-NC 4.0


lorenzodotti -
CC BY-NC 4.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Giftigheid: Zwak giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochthoudende grond.

Groeiplaatsen: Bossen, duinen, parken en buitenplaatsen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en West-Azië.

Nederland: Vrij zeldzaam. Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd.
Wallonië:
Zeldzaam ingeburgerd.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL