Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Muizenoor - Hieracium pilosella

Andere namen

Frysk: Mûze-earke

English: Mouse-ear Hawkweed

Français: Epervière piloselle

Deutsch: Kleines Habichtskraut

Verouderde of andere namen: Pilosella officinarum

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Hieracium (Havikskruid)

Soort: Hieracium pilosella

Naamgeving (Etymologie): Hieracium komt van het Griekse hierax (havik). De Oude Grieken meenden, dat de havik van deze planten gebruik maakte, om zijn gezichtsvermogen te versterken. Pilosella betekent een weinig behaard.

Kruisingen: Muizenoor kan met verschillende verwante soorten kruisen.
1. Een bastaard met Weidehavikskruid (Hieracium x flaggelare). Kenmerk: Omwindselbladen met zwarte klierharen.
De kruising van Weidehavikskruid met Muizenoor wordt meestal tezamen met, of in de buurt van de oudersoorten gevonden. Grazige, niet te droge bermen, dijken en taluds op zand of lemige grond lijkt een goede omschrijving van de vindplaatsen te zijn. Het is gebleken dat de hybride vrij gemakkelijk ontstaat wanneer beide soorten dicht bij elkaar groeien. De habitus van Weidehavikskruid x Muizenoor blijkt intermediair te zijn tussen de oudersoorten. Alle soorten binnen het ondergeslacht Pilosella houden er verschillende reproductie methoden op na, geslachtelijke (seksuele) zowel als ongeslachtelijke (apomictische). Op deze manier zijn er vele kruisingen, ondersoorten en tussensoorten ontstaan die ook onderling weer relaties aangaan. De determinatie van het schier oneindig aantal verschillende vormen binnen het ondergeslacht Pilosella is niet altijd meer mogelijk. Daardoor zijn er weinig gegevens bekend over verspreiding en ecologie van Weidehavikskruid x Muizenoor.
Bert Lanjouw, 2015 - CC BY-SA 3.0


Hieracium x flaggelare
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Hieracium x flaggelare
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Hieracium x flaggelare
Pieter Stolwijk - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Hieracium x flaggelare
© Bert Lanjouw - verspreidingsatlas.nl

2. Een bastaard met Grijs havikskruid (Hieracium x brachiatum). Kenmerk: Geen zwarte klierharen, bladen grijsachtig groen, plant meestal hoger dan de volgende.
3. Een bastaard met Spits havikskruid (Hieracium x schultesii). Kenmerk: Geen zwarte klierharen, bladen blauwachtig groen, plant laag.
4. Een bastaard met Oranje havikskruid (Hieracium x stoloniflorum).

Alle bastaarden kunnen op de ene of op de andere ouder lijken of ze staan in kenmerken tussen beide in. De bastaarden vormen plaatselijk hybridezwermen, herkenning van de oudersoorten kan op zulke plaatsen moeilijk of helemaal niet mogelijk zijn.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 2-30 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een penwortel  en met bovengrondse, wortelende uitlopers.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: Er zijn vrij lange bovengrondse uitlopers met verspreide kleine bladeren. Naar de top van de uitlopers neemt de grootte van de bladeren af. De rechtopstaande, grijsachtig groene, behaarde stengels dragen geen bladeren, maar soms wel één of twee schubvormige blaadjes. Bovenaan staat één bloemhoofdje. Plakkaten vormend.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De rozetbladen zijn langwerpig-spatelvormig of smal eirond. Vaak zijn ze boven het midden het breedst. Ze hebben een gave rand en staan meestal vrij vlak uitgespreid. Aan de bovenkant zitten verspreide enkelvoudige haren. Van onderen zijn ze dicht, witachtig en vaak viltig door sterharen. Bij langdurig droog weer krullen de bladen zich om met de witte onderkant naar boven. De bladen versmallen in de  steel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen staan afzonderlijk aan de top van een steel. De citroengele hoofdjes  zijn 2-3 cm groot. Er zijn alleen lintbloemen. De randbloemen zijn van onderen roodgestreept. De omwindselbladen  zijn smal, lijnvormig, tot 1½ mm breed en begroeid met  lange enkelvoudige haren en klierharen, maar soms ontbreken die. Wel zijn er sterharen aanwezig. Het vruchtbeginsel  is onderstandig met een stijl stijl  twee stempels.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn 1-2½ mm lang. Het vruchtpluis  is wit en bestaat uit één rij haren. Op de nootjes zie je  kleine ribben. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Marinella Zepigi - CC BY-NC-ND 4.0


Gianluca Nicolella - CC BY-NC-ND 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige of, zelden licht beschaduwde, vrij open tot grazige plaatsen op droge tot iets vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, fosfaatarme, matig zure tot kalkhoudende grond (zand, leem, löss, mergel, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Grasland (schraal grasland, hooiland, weiland, gazons, beweid of regelmatig gemaaid kalkhellinggrasland en hoge delen van uiterwaarden), bermen, dijken, langs holle wegen, steile kantjes, zeeduinen (duinhellingen en duinvalleien), waterkanten (steile slootkanten en greppelkantjes), heide, afgravingen, oude muren, spleten van oude bestrating en lanen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noordwest-Afrika en vrijwel heel Europa. Ingeburgerd in Nieuw-Zeeland en oostelijk Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam op laagveen en zeeklei (Noord- en Zuid-Holland, Fryslân en Groningen). Hier voornamelijk op aangevoerd zand.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Muizenoor

verspreidingsatlas.nl

Oranje havikskruid x Muizenoor (Hieracium x stoloniflorum)

verspreidingsatlas.nl

Spits havikskruid x Muizenoor (Hieracium x schultesii)

verspreidingsatlas.nl

Weidehavikskruid x Muizenoor (Hieracium x flaggelare)

verspreidingsatlas.nl

Grijs havikskruid x Muizenoor (Hieracium x brachiatum)

verspreidingsatlas.nl

 

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzamer in de Zandleemstreek en zeer zeldzaam in de Polders.
Rode lijst. Achteruitgaand.


Wallonië: Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 3 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 3 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra