Muizenstaart - Myosurus minimus

Frysk: MŻzesturtsje

English: Mousetail

FranÁais: Ratoncule naine

Deutsch: Mšuseschwšnzchen

Synoniemen:

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Myosurus komt van het Griekse myos (muis) en oura (staart). Minimus betekent zeer klein of de keinste.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: (April-) Mei en juni.

Afmeting: 2-20 cm.


tobi123 - cc by-nc 4.0


Jaana - cc by-nc 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De plant groeit in polletjes. De kale, rechtopstaande bloemstelen (zonder blad) zijn meestal iets langer dan de bladen.


© Han Beeuwkes - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Christian Fischer - cc-by-sa 3.0


Dmitry Kuzmenckin - cc by-nc 4.0

Bladeren: De bladen groeien in een wortelrozet. Ze zijn 2-6 cm lang, lijnvormig, hebben een gave rand en zijn iets vlezig.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande, licht groengele, 4-5 mm grote bloemen groeien aan een lange steel. Elke bloem heeft vijf (-zeven) lijnvormige, rechtopstaande bloembladen. Deze zijn eerst omhoog gebogen, maar later teruggeslagen. De bloemen zijn bleek groenachtig geel, van binnen zijn ze groenwit. Ze bevatten vijf tot tien meeldraden en ongeveer honderd stampers. Aan de voet zie je een draaddunne witte spoor, die tegen de bloemsteel aanligt. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. De bloembodem is al tijdens de bloei verlengd en wordt tenslotte lijnvormig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Fornax - cc by-sa 3.0


Fornax - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Een tot tot 7 cm lang vruchthoofdje met veel vruchtjes. In omtrek is het rond, compact en lijkt op een muizenstaart. Tweezaadlobbig.


Enzo De Santis - cc by-nc-nd 4.0


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, in het voorjaar en zomer oppervlakkig uitdrogende, matig voedselarme tot voedselrijke, vrij kalkarme, meestal ook vrij zware grond. Het meest op zandige klei, maar ook op klei, leem, lemig zand, grind of soms venige grond.

Groeiplaatsen: Grasland (tredplaatsen bij de ingang van weiland), braakliggende grond, op vochtige paden, akkers (roggeakkers en stoppelvelden van maisakkers), op aanspoelsel aan de zeekust, omgewerkte grond (langs heggen en plantsoentjes), boomkwekerijen en bij steenfabrieken.

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in enige randgebieden, oostelijk tot in West-AziŽ, Noordwest-Afrika en gematigde streken in Noord-Amerika.

Nederland: Inheems. vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

WalloniŽ: Inheems. Zeer zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl