Klaas Dijkstra

Muskuskruid
Adoxa moschatellina


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Muskuskruid of Adoxa moschatellina een soort uit de Muskuskruidfamilie (Adoxaceae).
  • Het is een overblijvend, 5-15 cm hoog plantje.
  • Een kruipend wortelstokje, dat aan de top knolvormig verdikt is.
  • Ondergrondse uitlopers.
  • Grote tapijten vormend op de bosbodem.
  • De gladde, dunne, kale en rechtopstaande stengels zijn niet vertakt.
  • De wortelbladen zijn langgesteeld, dubbel drietallig met eironde of langwerpige lobben. De twee tegenoverstaande, korter gesteelde stengelbladen zijn drietallig en kleiner dan de wortelbladen.
  • Muskuskruid bloeit van maart t/m mei.
  • Meestal met vijf tot zeven bij elkaar in een 6-8 mm breed, eindelings hoofdje. De geelgroene bloemen zijn diep gedeeld met eironde slippen. De topbloem heeft meestal een vierdelige kroon en een tweedelige kelk.
  • Een witachtige, slijmige steenvrucht met drie tot vijf zaden.
  • Muskuskruid groeit op beschaduwde plaatsen op droge of vochtige, luchtige, (matig) voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. langs bospaden, loofbossen, duinbossen, bosranden, houtwallen, boomgaarden, heggen, beschaduwde beekoevers, spoorbermen, brongebieden en aan de voet van hellingen.
  • Muskuskruid komt voor in gematigde en koelere streken op het noordelijk halfrond.
  • In Nederland is deze inheemse soort vrij zeldzaam, in België vrij algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Muskeskrûd

English Moschatel

Français Petite musquée

Deutsch Moschuskraut

Synoniemen

Familie Adoxaceae (Muskuskruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Adoxa is een Griekse naam en komt van a (zonder) en doxa (aanzien). Moschatellina betekent naar muskus geurend.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Geofyt.

Hoofdbloei Maart t/m mei.

Afmeting 5-15 cm.

Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Een kruipend wortelstokje, dat aan de top knolvormig verdikt is, met enige opeengehoopte schubben en een bundel wortels. De plant vormt ondergrondse uitlopers en vormt zo vaak grote tapijten op de bosbodem.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Stengels De gladde, dunne, kale en rechtopstaande stengels zijn niet vertakt. De bloeistengel is vierkantig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren De vaak lichtgroene wortelbladen (wortelstandig) zijn langgesteeld, dubbel drietallig met eironde of langwerpige lobben. De twee tegenoverstaande, korter gesteelde stengelbladen zijn drietallig en kleiner dan de wortelbladen. De deelblaadjes zijn drielobbig en korter gesteeld. In de zomer sterft de plant bovengronds af.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De bloemen staan meestal met vijf tot zeven bij elkaar in een 6-8 mm breed, eindelings hoofdje. De geelgroene bloemen zijn diep gedeeld met eironde slippen. De topbloem heeft meestal een vierdelige kroon en een tweedelige kelk. De zijdelingse hebben een vijfdelige kroon en een driedelige kelk. De drie- tot vijfhokkige vruchtbeginsels zijn halfonderstandig met drie tot vijf stijlen. De vier meeldraden in de topbloem zijn tot aan de voet tweedelig (het lijken daardoor acht te zijn). De overige bloemen hebben vijf tweedelige meeldraden (het lijken daardoor tien te zijn).


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een witachtige, slijmige steenvrucht met drie tot vijf zaden. Zaadvorming vindt echter niet zo vaak plaats, meestal vermeerdert de plant zich alleen via de lange voortkruipende wortelstokken. Als het tot vruchtvorming komt, drukt de plant de vruchten zelf in de grond door de vruchtsteel om te buigen. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Alessandro Alessandrini - cc by-nc-nd 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Erik van Dijk - cc by-nc-nd 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, luchtige, matig voedselrijke of voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond (zand, leem, löss en mergel).

Groeiplaatsen Langs bospaden, loofbossen, duinbossen, bosranden, houtwallen, boomgaarden, heggen, hakhoutbosjes, struwelen, langs holle wegen, beschaduwde beekoevers, bermen, spoorbermen, brongebieden en aan de voet van hellingen.

Verspreiding

Wereld Gematigde en koelere streken op het noordelijk halfrond, met een onderbreking in oostelijk Noord-Amerika.

Nederland Inheems. Vrij zeldzaam.

België Inheems. Vrij algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0