Wilde planten in Nederland en België

Muskusreigersbek - Erodium moschatum

Frysk:

English: Musk Stork's-bill

Français: Érodium musqué

Deutsch: Moschus-Reiherschnabel

Synoniemen: Erodium dentatum

Familie: Geraniaceae (Ooievaarsbekfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De vrucht lijkt op de snavel van een reiger. Erodium is afgeleid van het Griekse erodios (reiger), omdat de vruchten op de snavel van een reiger lijken. Moschatum betekent met muskusgeur.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Maart t/m augustus.

Afmeting: 10-60 cm.


Daniel -
CC0-1.0


Ron Frumkin -
CC BY-NC 4.0


Mary -
CC BY-NC 4.0


Audrey Muratet -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een penwortel.


Naturalis Biodiversity Center -
CC0


Naturalis Biodiversity Center -
CC0


Naturalis Biodiversity Center -
CC0


Naturalis Biodiversity Center -
CC0

Stengels: De jonge, afstaand behaarde stengels staan (vaak alleen in het begin), rechtop. Ze zijn rond met onderaan uitgespreide, opstijgende zijstengels.


jomanc -
CC BY-NC 4.0


Auckland Museum -
CC BY 4.0


Eugene Zelenko -
CC BY-SA 4.0


Jacob Dubi -
CC BY 4.0

Bladeren: De bladen ruiken sterk naar muskus (bij kneuzing). Eerst vormen de bladen samen een platte rozet van samengestelde bladen. De tegenoverstaande, gesteelde bladen zijn diep-veerdelig. De deelblaadjes groeien langs een centrale nerf die harig, wit en stengelachtig is. Ze zijn langwerpig of eirond en nemen naar de top in grootte af. Ze zijn kort gesteeld of zittend en ongelijk dubbel gezaagd. Aan de bovenkant groeien enkele korte haren, aan de onderkant zijn ze behaard op de nerven. De rand is sterk gewimperd. Vaak zijn twee of drie blaadjes dicht bij de top van het blad vergroeid en vormen zo een twee-drie-lobbig topblaadje. De steunblaadjes zijn eirond, stomp en droogvliezig.


Eleftherios Katsillis -
CC BY 4.0


naturalistas -
CC BY-NC 4.0


Daniel Cahen -
CC BY 4.0


Eleftherios Katsillis -
CC BY 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De schutblaadjes zijn klein, ovaal, spits en droogvliezig. De bloemstelen zijn dicht met klieren en haren bezet en met vier tot acht bloemen. De roze-paarse bloemkroon is symmetrisch aan alle kanten. De vijf, meer dan 1 cm lange kroonbladen zijn even lang als of iets langer dan de vijf kelkbladen. Ze zijn omgekeerd-eirond, gaaf en hebben dezelfde grootte. De kelkbladen zijn eirond, kort genaald en van buiten klierachtig-behaard. De helmdraden zijn onbehaard.


Teresa Neves -
CC BY-NC 4.0


Eugene Zelenko -
CC BY-SA 4.0


Chris Nelson -
CC BY-NC 4.0


Alexandre H. Leitão -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een kluisvrucht. De vruchtsnavel is 3-4 cm lang, met acht tot tien spiraalwindingen. De vruchtjes zijn dicht behaard. De indeuking aan de top van de deelvrucht met ongeveer zittende klieren. Langs de onderrand met een door een richel afgegrensde groef. Tweezaadlobbig.


Daniel -
CC0-1.0


Eugene Zelenko -
CC BY-SA 4.0


Roger Culos -
CC BY-SA 3.0


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen.

Groeiplaatsen: Wegkanten, heggen, puinhopen, ruigten en andere ruderale plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Voorrnamelijk in Midden- en Zuid-Europa en Noord-Afrika. Elders lokaal ingeburgerd.

Nederland: Zeldzaam. Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen. Waarschijnlijk nog niet ingeburgerd.
Wallonië: Zeer zeldzaam ingeburgerd.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL