Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Muurbloemmosterd - Coincya monensis

Andere namen

Frysk:

English: Wallflower Cabbage

Français: Moutarde giroflée

Deutsch: Lacksenf

Verouderde of andere namen: Coincya monensis subsp. recurvata, Coincya monensis subsp. cheiranthos,
Rhynchosinapis cheiranthos, Hutera cheiranthos, Coincya cheiranthos, sinapis cheiranthos

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Brassicales

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Geslacht: Coincya

Soort: Coincya monensis

Naamgeving (Etymologie): De betekenis van Coincya is mij niet bekend. Monensis verwijst naar het eiland Man (G.B.).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig, tweejarig  of overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 20-60 cm.


Lieuwe Haanstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Carlo Cibei - CC BY-NC-ND 4.0


Nachosan - CC BY-SA 3.0

Wortels


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn onderaan stijf afstaand behaard, maar bovenaan meestal kaal.


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Renzo Salvo - CC BY-NC-ND 4.0


Franco Guadagni - CC BY-NC-ND 4.0


Carlo Cibei - CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De behaarde, blauwgroene bladeren worden tot 10 cm lang. Ze zijn veerdelig tot geveerd met drie tot vijf (of soms meer) paar getande slippen. De bovenste bladeren zijn kleiner en vaak niet gedeeld.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Renzo Salvo - CC BY-NC-ND 4.0


Renzo Salvo - CC BY-NC-ND 4.0


Carlo Cibei - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De 2-2½ cm grote bloemen zijn lichtgeel met donkergele aderen.


Lieuwe Haanstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Nachosan - CC BY-SA 3.0


Carlo Cibei - CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De opstijgende hauwen zijn smal lijnvormig en 3-8 cm lang en 1½-2 mm breed. De snavel is 0,8-2,2 cm lang, kegelvormig en iets afgeplat. Tweezaadlobbig.


Carlo Cibei en Franco Guadagni - CC BY-NC-ND 4.0


Giacomo Bellone - CC BY-NC-ND 4.0


Giacomo Bellone - CC BY-NC-ND 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

     

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, soms vochtige, matig voedselrijke, kalkarme tot vaak kalkhoudende, zandige of stenige grond.

Groeiplaatsen: Bermen, omgewerkte grond, braakliggende grond, opgespoten grond, langs spoorwegen (spoorbermen), enigszins ruderale plaatsen, ruigten (voedselrijke ruigten) en in berggebieden.

Verspreiding

Wereld: In het westelijke deel van Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in het noordoostelijke deel van Noord-Brabant, Noord-Limburg en het aangrenzende rivierengebied en zeer zeldzaam in Oost-Nederland.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Ingeburgerd in de 19de eeuw.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest in de omgeving van Mechelen en Antwerpen.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.


Wallonië: Vrij zeldzaam in de Ardennen. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst. Ernstig bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra