Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Naaldwaterbies - Eleocharis acicularis

Frysk: Nuddelbieske

English: Needle Spike-rush

FranÁais: Scirpe ťpingle

Deutsch: Nadelsimse

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Eleocharis komt van het Griekse elos (moeras) en chairo (houden van). Acicularis betekent met naaldjes of naaldvormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 2-20 cm.


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Bernd Sauerwein -
CC BY-SA 3.0


M.C. VŪctor Manuel Ortiz Cruz -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Kruipende, zeer dunne en sterk vertakte wortelstokken.


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0


roman_romanov -
CC BY-NC 4.0


Eduard Garin -
CC BY-NC 4.0

Stengels: Grote matten vormend. De draaddunne, tere stengels zijn hoogstens een Ĺ mm dik. Ze zijn vierkantig of zelden driekantig.


Owen Strickland -
CC BY-NC 4.0


Ron Vanderhoff -
CC BY-NC 4.0


roman_romanov -
CC BY-NC 4.0


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De onderste vliezige bladscheden zijn vaak paarsrood.


roman_romanov -
CC BY-NC 4.0


roman_romanov -
CC BY-NC 4.0


roman_romanov -
CC BY-NC 4.0


Tatyana Zarubo -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De aren zijn sigaarvormig, 2-5(-7) mm lang en 2 mm breed. Ze bevatten hoogstens vijftien bloemen (meestal zijn het er tussen de vier en elf). De stijl heeft drie stempels. De kafjes zijn bruin en wit gerand. Het onderste kafje (soms zonder bloem) omvat de aarspil helemaal, maar is even groot als de andere kafjes.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


© Domenico Puntillo -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: De lichtbruine nootjes zijn spoelvormig, vrijwel rond (in omtrek), hebben ongeveer twaalf lengteribben, zijn fijn dwars gerimpeld en ongeveer 1 mm lang. Eenzaadlobbig.


Rob Routledge -
CC BY-SA 4.0


dziomber -
CC BY-NC-SA 4.0


tyler_miller -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde, open plaatsen in ondiep, soms wat dieper, voedselarm tot matig voedselrijk, meestal zwak zuur water met een weinig organische bodem (zand, leem, veen, rivierklei en zure klei).

Groeiplaatsen: Moerassen, waterkanten en water (kavelsloten, tichelgaten, heidevennen met binnendringend voedselrijker water, voedselarme plassen waar een beek door stroomt, kanaaloevers die voedselarme zandruggen doorsnijden, laagten in heide, afgravingen (zandputten, leemputten en kleiputten), visvijvers, kale luwe plekken aan rivieroevers, grindgaten en andere waterkanten, o.a. van kanaaltjes en poelen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. Ook in Mexico, Zuidoost-AziŽ en AustraliŽ.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied en in Flevoland. Vrijwel niet in Zeeland en de duinstreek.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Kempen. Elders veel zeldzamer.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Scirpus acicularis
Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL