Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Naaldwaterbies - Eleocharis acicularis

Andere namen

Frysk: Nuddelbieske

English: Needle Spike-rush

Français: Scirpe épingle

Deutsch: Nadelsimse

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Eleocharis (Waterbies)

Soort: Eleocharis acicularis

Naamgeving (Etymologie): Eleocharis komt van het Griekse elos (moeras) en chairo (houden van). Acicularis betekent met naaldjes of naaldvormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 2-20 cm.


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Bernd Sauerwein - CC BY-SA 3.0


© Domenico Puntillo - CC BY-SA 4.0

Wortels: Naaldwaterbies heeft kruipende, zeer dunne en sterk vertakte wortelstokken.


© Biopix: JC Schou


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC0-1.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0

Stengels: De draaddunne stengels zijn hoogstens een ½ mm dik. Ze zijn vierkantig of zelden driekantig. Naaldwaterbies vormt grote matten.


© Han Beeuwkes - verspreidingsatlas.nl


David Mercier - CC BY-SA 2.0 FR


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Bladeren: De onderste vliezige bladscheden zijn vaak paarsrood.

Bloemen: Tweeslachtig. De aren zijn sigaarvormig, 2-5 mm lang en 2 mm breed. Ze bevatten hoogstens vijftien bloemen (meestal zijn het er tussen de vier en elf). De stijl  heeft drie stempels. Het onderste kafje  (soms zonder bloem) omvat de aarspil helemaal maar is even groot als de andere kafjes. De kafjes zijn bruin en wit gerand.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


© Domenico Puntillo - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De lichtbruine zaden zijn spoelvormig, hebben twaalf lengteribben, zijn fijn dwars gerimpeld, bijna rond en ongeveer 1 mm lang. Eenzaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde, open plaatsen in ondiep, soms wat dieper, voedselarm tot matig voedselrijk, meestal zwak zuur water met een weinig organische bodem (zand, leem, veen, rivierklei en zure klei).

Groeiplaatsen: Moerassen, waterkanten en water (kavelsloten, tichelgaten, heidevennen met binnendringend voedselrijker water, voedselarme plassen waar een beek door stroomt, kanaaloevers die voedselarme zandruggen doorsnijden, laagten in heide, afgravingen (zandputten, leemputten en kleiputten), visvijvers, kale luwe plekken aan rivieroevers, grindgaten en andere waterkanten, o.a. van kanaaltjes en poelen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. Ook in Mexico, Zuidoost-Azië en Australië.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam in het noordoosten van het land, in Noord-Brabant, Noord-Limburg, in laagveengebieden en in het rivierengebied, zeldzaam in het midden en oosten van het land en zeer zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied en in Flevoland. Niet in Zeeland en in vrijwel de hele duinstreek.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam in de Kempen. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd. Beschermd.


Wallonië: Zeer zeldzaam.
Rode lijst. Ernstig bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Nadel-Simse
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


B
Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

     





B


© 2001-2018 K.M. Dijkstra