Wilde planten in Nederland en België

Nieuw-Zeelandse veldkers - Cardamine corymbosa

Frysk:

English: New Zealand Bitter-cress

Français: Cardamine de Nouvelle-Zélande

Deutsch: Neuseeländisches Schaumkraut

Synoniemen: Nieuwzeelandse veldkers, Eenbloemige veldkers

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Cardamine komt van het Griekse cardamine of cardemon, waarmee bedoeld werd een naar sterkers smakende plant (Kardemom is een plant uit de gemberfamilie). Cardamine kan echter ook zijn afgeleid van het Griekse Cardis (hart) en Damao (temperen of verzachten). Het kruid werd vroeger namelijk gebruikt bij hartkwalen en kon de pijn verzachten. Corymbosa betekent tuilbloemig. Dat verwijst naar de bloeiwijze (de bloemen staan in tuilen).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geoofyt.

Hoofdbloei: Maart t/m juni.

Afmeting: 3-10 cm.


Auckland Museum -
CC BY 4.0


Bernd Sauerwein -
CC BY-SA 3.0


Merijn Loeve - CC BY-NC-ND 4.0


Erik Slootweg - CC BY-NC-ND 4.0

Wortels: Een zeer kleine knol en lange wortels.


Erik Simons -
CC BY 4.0


Pieter Troost - CC BY-NC-ND 4.0


europeana.eu -
CC0


Royal Botanic Garden Edingburgh -
CC BY-NC-SA 4.0

Stengels: De verscheidene, korte en meestal niet bebladerde stengels liggen op de grond of zijn opstijgend.


Auckland Museum -
CC BY 4.0


Auckland Museum -
CC BY 4.0


Peter de Lange -
CC0-1.0


Christopher Stephens -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De kale of iets behaarde wortelbladen vormen samen een weinigbladige rozet. Ze hebben één tot zeven deelblaadjes (ze zijn geveerd, met kleinere zijblaadjes en een groter eindblad). Vaak zijn ze roodbruin aangelopen (later in het jaar worden ze vaak donkergroen).


Nathalie De Somer - CC BY-NC-ND 4.0


Auckland Museum -
CC BY 4.0


Jeroen Veeken - CC BY-NC-ND 4.0


Erik van Dijk - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Meestal groeit aan een lange steel één (naar verhouding grote) bloem, maar soms zijn er tot vier bloemen. De vier witte kroonbladen zijn 2-3 mm breed. Ze steken ver voorbij de kelkblaadjes. De kroonblaadjes buigen recht af. Meestal zijn er zes even grote meeldraden en één iets langere stijl.


Auckland Museum -
CC BY 4.0


Bernd Bäumler -
CC BY-NC 4.0


benno te linde - CC BY-NC-ND 4.0


Alex Fergus -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: De hauwtjes zijn relatief lang, zeer smal en iets gekromd. De vruchten springen bij rijpheid open. Tweezaadlobbig.


Auckland Museum -
CC BY 4.0


Royal Botanic Gardens -
CC BY 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op stenige grond.

Groeiplaatsen: Rotstuinen, grind en tussen straatstenen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Nieuw Zeeland.

Nederland: Vrij zeldzaam. Voor het eerst gevonden in 2004 (Oost-Voorne). Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd. Voor het eerst gevonden in 1999 (Waregem).
Wallonië: Nog niet ingeburgerd.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL