Wilde planten in Nederland en Belgiė

Noordse rus - Juncus balticus

Frysk: Sjūge

English: Arctic rush

Franēais: Jonc arctique

Deutsch: Arktische Binse

Synoniemen: Juncus arcticus subsp. balticus

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Balticus betekent van of aan de Oostzee.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of geofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 30-80 cm.


Henggang Cui -
CC0-1.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Daderot -
CC0


Daderot - Public Domain

Wortels: De ver kruipende wortelstok is begroeid met roodbruine schubben.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels staan in rijen. Ze zijn glad, grijsgroen en helemaal met merg gevuld. Na het drogen zijn ze fijn gestreept. De huidmondjes zijn in regelmatige rijen gerangschikt (allemaal op ongeveer gelijke afstand van elkaar).


John D Reynolds -
CC BY-NC 4.0


Matti Virtala -
CC0


Matti Virtala -
CC0


© Willem-Jan Emsens -
CC BY-NC-ND 3.0

Bladeren: De stengels zijn aan de voet omhuld door enige helderbruine scheden zonder bladschijf.


fmcghee -
CC BY-NC 4.0


Jason Cooper -
CC BY-NC 4.0


cassi saari -
CC BY-NC 4.0


Emily Wharin -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen groeien in een tamelijk losse bloeiwijze met schuin tot recht omhoog staande, vaak iets S-vormig gebogen takken. De helmknoppen zijn 1-1½ mm lang en anderhalf tot twee keer zo lang als de helmdraden.


Randal -
CC0-1.0


Andrey Zharkikh -
CC BY 2.0


David McCorquodale -
CC BY 4.0


Jeff Skrentny -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger -
CC-BY-NC-SA-3.0


© Erik van Dijk -
CC BY-NC-ND 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, vaak open plaatsen op vochtig tot vaak nat, matig voedselarm, neutraal tot meestal kalkhoudend, humusarm (niet te zilt) duinzand en laagveen.

Groeiplaatsen: Zeeduinen (natte duinvalleien, groene stranden, langs gegraven duinplassen, van de zee afgesneden strandvlakten en karrensporen).

Verspreiding

Wereld: Koudere streken en in gebergten op het noordelijk halfrond en langs de kusten van Noordwest- en Noord-Europa. Zuidelijk tot op Texel en met een voorpost in Belgiė, maar ook in de Alpen en de Pyreneeėn. Ook in Zuid-Amerika.

Nederland: Zeldzaam op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam langs de kust bij De Panne. Pas in 2000 voor het eerst ontdekt.
Walloniė
: Niet in Walloniė.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands flora, deel 16, J. Sturm, J.W. Sturm (1835-1837)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL