Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Noordse streepvaren - Asplenium septentrionale

Frysk: Strampelfearke

English: Forked Spleenwort

FranÁais: Doradille du Nord

Deutsch: NŲrdlicher Streifenfarn

Synoniemen:

Familie: Aspleniaceae (Streepvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Asplenium komt van het Griekse a (niet) en splen (milt), omdat men dacht dat het gebruik een opgezwollen milt zou doen inkrimpen. Septentrionale betekent noordelijk of noords.

Kruising: Bastaardstreepvaren is de bastaard van Noordse streepvaren en Steenbreekvaren. Deze is gevonden in het Maasgebied en in de Ardennen in BelgiŽ. De plant heeft verspreidstaande lichtgroene bladslippen en is onvruchtbaar.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 4-15 cm.


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Joseba Garmendia -
CC BY 3.0


Urjanhai -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een korte wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Donkere glanzende bladstelen, die aan de basis zwart zijn.


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


BerndH -
CC BY 2.5


Marko Vainu -
CC BY-SA 3.0


Jean-Jacques Houdrť - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De donkergroene bladen worden tot 15 cm lang. Ze zijn gaffelvormig vertakt in twee tot vijf lijnvormige slippen, maar soms zijn ze ongedeeld. De top van de bladslippen is meestal getand of soms dieper ingesneden.


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


© Domenico Puntillo -
CC BY-SA 4.0


Genevieve Botti - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: De sporenhoopjes zijn lang en smal. Je vindt ze op vrijwel de hele achterkant van de bladslippen.


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op kalkarme, rotsachtige grond.

Groeiplaatsen: Oude muren, rotsen en steengruis.

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Zeer zeldzaam in stedelijke gebieden. Voor het eerst in 1986 gevonden in Maastricht en later ook elders, o.a. in 1990 op een sluismuur in Zwolle en in Rotterdam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Alleen in Bornem (op een oude kerkhofmuur).
WalloniŽ:
Zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 4 (1791)


Svensk botanik, deel 8, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 5, E.J. Lowe (1839)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


Holostium alterum
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL