Wilde planten in Nederland en België

Noordse zegge - Carex aquatilis

Frysk-Noardske sigge

English-Water Sedge

Français-Carex aquatique

Deutsch-Wasser-Segge

Synoniemen

Familie-Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie)-Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Aquatilis betekent in het water levend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur-Overblijvend.

Plantvorm-Helofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei-Mei en juni.

Afmeting-30-90 cm.


Kristen Miskelly - cc by-nc 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Elena Pushay - cc by-nc 4.0


Douglas Tate - cc by-nc 4.0

Wortels-Lange, kruipende, vertakte wortelstokken.


usuherbarium.usu.edu - cc0-1.0


Nikolay Panasenko - cc by-nc 4.0


images.cyberfloralouisiana.com - cc by-nc 3.0


s.idigbio.org - cc0-1.0

Stengels-De stengels worden tot 3 mm dik, zijn stomp driekantig (maar direct onder de bloeiwijze rond), min of meer afgerond, glad en nogal bros. De onderste scheden zijn lichtbruin en voor een deel rood aangelopen.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Nikolay Panasenko - cc by-nc 4.0


kelseya - cc by-nc 4.0


oliviastricklin - cc by-nc 4.0

Bladeren-De grijsgroene bladeren zijn vlak of iets gootvormig, 4-7 mm breed, vrij stijf en hebben geen stekende top. De bladonderkant is glimmend. De onderste bladscheden zijn rood(-bruin) en rafelen nauwelijks.


oliviastricklin - cc by-nc 4.0


Chloe and Trevor - cc by-nc 4.0


John D Reynolds - cc by-nc 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bloemen-Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen van de vrouwelijke bloemen zijn bladachtig, gootvormig en hebben geen schede. Gewoonlijk steekt meer dan één schutblad boven de bloeiwijze uit. Het onderste omvat met twee donkere oortjes de stengel. De bloeiwijze is niet onderbroken en beslaat ongeveer het bovenste kwart van de halm. Meestal zijn er twee of drie mannelijke aren en daaronder drie tot vijf vrouwelijke aren. De bloemen bevatten twee stempels. De rechtopstaande aren zijn kort gesteeld tot zittend en minder dan 5 mm dik. De iets knotsvormige vrouwelijke aren worden naar de voet ijler. De 1,5-2,5 mm lange kafjes (de onderste van een aar tot 3,5 mm lang) worden naar de rand bruin, in het midden (de kiel) zijn ze strokleurig. Vaak met weinig bloei.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Vrouwelijke bloeiaar
© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Vrouwelijke bloeiaar
© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Vruchten en zaden-Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn afgeplat, 2-3 mm lang, niet generfd, met een verdikte kiel, bleekgroen of soms iets paars gespikkeld en hebben geen snavel. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


E.G. Hurd, N.L. Shaw, J. Mastrogiuseppe, L.C. Smithman en S. Goodrich - Public Domain


Michael Butler - cc by-nc 4.0


Rob Curtis - cc by-nc-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem-Zonnige plaatsen op natte, matig voedselrijke, humeuze of venige, slibhoudende grond.

Groeiplaatsen-Moerassen, dichtgroeiende oude beekarmen, uitgeveende plassen, moerasveen, verlandingsstadia in sloten en soms in hooiland.

Verspreiding

Wereld-Koudere streken op het Noordelijk halfrond, noordelijk tot langs de Noordelijke IJszee en zuidelijk tot in Ierland, Wales, Nederland en Noordwest-Duitsland.

Nederland-Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen-Niet in Vlaanderen.
Wallonië-
Niet in Wallonië.

2001-2024 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl