Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Noorse ganzerik - Potentilla norvegica

Frysk: Noarsk sulverblÍd

English: Ternate-leaved Cinquefoil

FranÁais: Potentille norvťgienne

Deutsch: Norwegisches Fingerkraut

Synoniemen:

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potentilla komt van het Latijnse potens en betekent krachtig. Dit vanwege de geneeskrachtige werking. Norvegica betekent uit Noorwegen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-50 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Willem van Kruijsbergen - freenatureimages.eu


Matti Virtala -
CC0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn vrij ruw behaard.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Henri Scordia - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De geveerde bladeren zijn drietallig en aan de voet soms vijftallig. De deelblaadjes zijn elliptisch, getand of dieper ingesneden. Ttijdens de bloei zijn de rozetbladen meestal al afgestorven.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Henri Scordia - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen samen dicht bebladerde bijschermen. De lichtgele kroonbladen zijn 4-5 mm lang en de kelkbladen 3-4 mm. Na de bloei groeien deze laatste uit (ook de bijkelkbladen) naar 8-12 mm.


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


Aad van Diemen -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


pellaea -
CC BY 2.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, stikstofrijke, kalkarme en meestal omgewerkte grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, braakliggende grond, moestuinen, ruderale plaatsen, ruigten (voedselrijke ruigten), bermen (open plekken en schrale bermen), heide (langs vennen), waterkanten, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), zandstorten, in krimpscheuren van drooggevallen uiterwaarden, bij houtopslagplaatsen, bij graanoverslagbedrijven, industrieterreinen, haventerreinen, stortterreinen, mijnsteenbergenen rotsachtige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond. Nu ook in Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam in het rivierengebied in Midden-Nederland,  in stedelijke gebieden en in Zuid-Limburg. Elders zeldzaam. Voor het eerst gevonden in 1885 in Deventer.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 24, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1915)


Deutschlands flora, deel 20, J. Sturm, J.W. Sturm (1845-1849)


Flora regni borussici, deel 12, A.G. Dietrich (1844)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL