Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Overbies - Bolboschoenus laticarpus

Frysk:

English: Pedunculate Club-rush

FranÁais: Souchet ŗ fruits larges

Deutsch: BreitfrŁchtige Strandsimse

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Bolboschoenus komt van het Latijnse bulbus (bol). Die naam heeft betrekking op de knopige verdikkingen op de wortelstok. Het tweede deel van de naam (schoenus) is afgeleid van het Griekse schoinos (strik), gebruikt als vlechtwerk, vanwege de taaiheid van de halmen. Laticarpus betekent met brede vruchten.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of geofyt.

Hoofdbloei: Jun t/m augustus.

Afmeting: 15-120(-180) cm.


Erik Simons - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Joke de Ridder - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Gabriel Mayrhofer - CC0-1.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Wortels: Met uitlopers, die aan de top tot bolronde knollen verdikt zijn (de soort kan zo snel grote oppervlakten bedekken).


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Stengels: Meestal vrij stijf rechtopstaande, vaak overgebogen, scherp driekantige, van boven meer of minder ruwe stengels met vele bladen.


© Dick kerkhof - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Peter Bruines - CC BY-NC-ND 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De onderste bladen hebben bruine tot zwartbruine scheden en een smal-lijnvormige, meest niet meer dan 4 mm brede, gekielde, boven aan de rand zeer ruwe bladschijf.


© Adrie van Heerden - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Er zijn verscheidene schutbladen. Het onderste is niet opvallend langer en zet de stengel niet duidelijk voort, zodat de bloeiwijze duidelijk eindstandig is. De schutbladen steken er boven uit. De bloeiwijze is vertakt en bevat een centrale groep van zittende aartjes en (1-)2-7(-12) takken met afzonderlijke aartjes of bundels van aartjes. De takken zijn gewoonlijk meer dan twee keer zo lang als de centrale zittende aartjes. Het aantal aartjes op takken is even groot als of groter dan het aantal zittende aartjes. De aartjes zijn eirond tot langwerpig, tot 1Ĺ cm lang of korter, meestal spits. Zij hebben eironde, vrijwel eenkleurig bruine kafjes, die uitgerand en in de insnijding genaald zijn. De bloemen hebben 1-6 bloemdekborstels die meestal tot op de rijpe vrucht blijven staan. Deze zijn rugwaarts ruw. Er zijn drie meeldraden en meestal drie stempels.


Erik Simons - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rense Haverman - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Adrie van Heerden - CC BY-NC-SA 3.0 NL



Jeroen Veeken - CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: De glanzend donkerbruine tot bijna zwarte nootjes zijn in dwarsdoorsnede scherp driekantig met een brede basis, omgekeerd eirond en 2-2,4 mm breed en 1-3,7 mm lang.  De exocarp (buitenste laag van de vruchtwand) is dunner dan de mesocarp. Eenzaadlobbig.


© Gerrit Walgraven - verspreidingsatlas.nl


Louis Geraets - CC BY-NC-ND 4.0


exocarp (buitenste laag) - mesocarp (middelste laag) - endocarp (binnenste laag) - s=zaad
Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, zoete, zeer voedselrijke grond. Goed bestand tegen overstroming, maar ook drogere perioden kan de soort goed doorkomen.

Groeiplaatsen: Waterkanten (slibrijke oevers langs rivieren), in sloten, voedselrijke plasjes en vennen en soms als akkeronkruid op dichtgeslagen, kleiige bodems.

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in West-, Midden- en Oost-Europa en in Midden-AziŽ.

Nederland: Vrij algemeen. Het meest in het midden en westen van het land.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL