Wilde planten in Nederland en België

Oeverwarkruid - Cuscuta gronovii

Frysk:

English: Scaldweed

Français: Cuscute de Gronovius

Deutsch: Gronovius-Seide

Synoniemen:

Familie: Convolvulaceae (Windefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Cuscuta komt van het Griekse kassutoo (herstellen). Dit zou er op slaan, dat de plant verschillende planten onderling verbond. Gronovii is genoemd naar de Duits-Nederlandss classicus Johannes Fredericus Gronovii (Gronow) (1686-1762). Hij was hoogleraar aan de Universiteit van Leiden en bibliothecaris van de universiteit.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Parasiet.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 15-45 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Wikistallion -
CC BY-SA 3.0


Wikistallion -
CC BY-SA 3.0


© Vincent de Boer -
CC BY 3.0

Stengels: Deze stengelparasiet heeft vrij dikke, oranjeachtige stengels.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Merel R. Black -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen vrij losbloemige, langwerpige kluwens. De kroon is buisvormig en tot op ongeveer een kwart ingesneden met tamelijk stompe slippen. De kroonschubben zijn langwerpig met aan de zijranden korte en aan de top lange wimpers. De twee stijlen hebben knopvormige stempels. De kelkslippen zijn eirond of eirond-driehoekig en vrij spits of iets stomp. De bloemsteeltjes zijn vaak langer dan de bloemen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Christopher Noll -
CC BY-SA 3.0


Christopher Noll -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vrij grote, bolvormige of iets afgeplatte vruchten zijn 3½-5 mm groot. De kroon is als een kapje aan de vruchttop gehecht en laat onderaan los. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Julia Scher -
CC BY 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, (zeer) voedselrijke grond. Oeverwarkruid woekert op o.a. populieren, wilgen, Bitterzoet en andere oeverplanten. Soms ook in akkers op Astersoorten en Peen.

Groeiplaatsen: Waterkanten (rivieren en beken), uiterwaarden, ruigten (natte ruigten), struwelen en akkers.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Ingeburgerd in Midden-Europa. Westelijk tot in Nederland.

Nederland: Zeer zeldzaam in het rivierengebied en op enkele andere plaatsen. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.

Vlaanderen: Niet ingeburgerd.
Wallonië:
Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 24, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1915)


Water-color sketches of American plants, especially New England, Helen Sharp (1888-1910)


Memoires de la Société de physique et d’histoire naturelle de Genève, deel 9, J.C. Heyland (1841-1842)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL