Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Oeverzegge - Carex riparia

Andere namen

Frysk: Rûchkop

English: Great Pond-sedge

Français: Laîche des rives

Deutsch: Ufer-Segge

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex riparia

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Riparia betekent aan oevers groeiend.

Kruising: Oeverzegge kan een kruising vormen met Draadzegge (Carex x evoluta), maar ook met Blaaszegge (Carex x csomadensis).
Carex x evoluta is de hybride van C. lasiocarpa (Draadzegge) en C. riparia (Oeverzegge). Daar waar beide oudersoorten samen voorkomen, in hoog opgaande zeggenmoerassen, Magnocaricion-vegetaties, kan dikwijls met succes worden uitgekeken naar deze niet zeer zeldzame hybride. Ze oogt in het veld als een wat rommelige - met slecht ontwikkelde aartjes - C. riparia, met relatief smalle bladen. Bij nadere studie blijkt evenwel dat de urntjes behaard zijn. De hybride wordt vaak vergezeld door (één of) beide ouders.
Jacob Koopman, 2015 - CC BY-SA 3.0

Carex x csomadensis is de hybride van Oeverzegge (Carex riparia) met Blaaszegge (C. vesicaria).
Alhoewel de beide oudersoorten respectievelijk algemeen (C. riparia) en vrij algemeen (C. vesicaria) zijn, is de hybride uiterst zeldzaam in ons land. Er zijn slechts drie vondsten bekend, van 1947, 1961 en 1978. Mogelijk wordt de hybride over het hoofd gezien. Daar beide oudersoorten evenwel vaak samen voorkomen, is het raadzaam om alert te zijn. Hybriden worden gemakkelijker opgespoord door gericht zoeken dan bij toeval. Carex x csomadensis lijkt in het veld het meeste op een smalbladige C. riparia, waarbij de urntjes leeg zijn. Wees er op bedacht dat C. vesicaria ook dikwijls lege urntjes heeft. De mannelijke aartjes van de hybride zijn bovendien veel slanker dan bij C. riparia. Deze hybride is overigens verspreid over geheel Europa bekend. Ze dankt haar wetenschappelijke naam aan Csomád, bij Budapest in Hongarije, waar de auteur Simonkai deze hybride in 1887 voor het eerst vond.
Jacob Koopman, 2014 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 0,60-1,20 meter.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Karelj - CC BY-SA 3.0


Petr Filippov - CC BY 3.0


http://www.kuleuven-kulak.be

Wortels: Lange, kruipende, tot 1 cm dikke wortelstokken.


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org

Stengels: De stengels worden tot een ½ cm dik, zijn zeer scherp driekantig en naar boven toe ruw. De onderste scheden  van de halmen en de scheuten zijn lichtbruin en vaak dikwijls iets roodachtig. Ze rafelen niet of maar weinig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: In de bladschede en op de bladschijf zie je regelmatige dwarsverbindingen tussen de nerven. De blauwgrijze bladeren zijn 1-2 cm breed, staan stijf omhoog of hangen iets over.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


HermannSchachner - CC0


http://www.kuleuven-kulak.be

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze bestaat uit drie tot vijf dicht opeen zittende mannelijke aren boven aan de stengel en daaronder meestal  drie of vier vrouwelijke aren die 0,8-1,2 cm breed zijn. De bloemen hebben drie stempels. De aren zijn enigszins knotsvormig en 1 cm dik tot bijna 10 cm lang. De onderste aar staat op een afstandje van de andere en heeft een lange steel van soms enige decimeters. Na de bloei hangt de aar vaak over. De andere aren staan dichter bijeen. Ze zijn kort gesteeld tot zittend en staan rechtop. De schutbladen van de vrouwelijke aren zijn bladachtig en hebben geen of meestal een korte schede. Het onderste schutblad steekt meestal boven de bloeiwijze uit. De kafjes  zijn donker chocoladebruin.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Karelj - Public Domain


HermannSchachner - CC0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes  zijn 5-7 mm lang, langwerpig-eivormig, glad, glanzend olijfgroen en versmald in een korte, tweetandige snavel. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


HermannSchachner - CC0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige tot matig beschaduwde plaatsen op natte, matig tot zeer voedselrijke, vaak kalkhoudende grond en in ondiep matig tot zeer voedselrijk, zoet tot zwak brak water (veen en klei).

Groeiplaatsen: Moerassen, waterkanten en water (sloten, kanalen, meren, plassen, trilveen en brakwaterveen), grasland (venig grasland, onbemest hooiland en blauwgrasland), bermen, zeeduinen (duinvalleien), bossen (moerasbossen), polderbosjes en getijdengrienden.

Verspreiding

Wereld: West- en Midden-Azië, Noordwest-Afrika en Europa, noordelijk tot in Zuid-Scandinavië.


gbif.org

Nederland: Algemeen in het westen, midden en noorden van het land en vrij algemeen in het rivierengebied. Elders vrij zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Oeverzegge

verspreidingsatlas.nl

Blaaszegge x Oeverzegge (Carex x csomadensis)

verspreidingsatlas.nl

Oeverzegge x Draadzegge (Carex x evoluta)

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in het kustgebied (in de duinen en in de Polders) en in de Zand- en Zandleemstreek. Elders minder algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij zeldzaam. Verspreid voorkomend.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Ufer-Segge
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

     

© 2001-2018 K.M. Dijkstra