Wilde planten in Nederland en België

Olmenbladspirea - Spiraea chamaedryfolia

Frysk:

English: Germander meadowsweet (Elm-leaved spirea)

Français: Spirée á feuilles d' Orme (Spirée à feuilles de petit-chêne)

Deutsch: Ulmen-Spierstrauch

Synoniemen: Spiraea chamaedryfolia subsp. ulmifolia, Spiraea ulmifolia, Iepspirea.

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Spiraea is afgeleid van het Griekse speiraia (gedraaid) en verwijst naar de gedraaide vruchten uit dit geslacht. Chamaedryfolia betekent met blad als Chamaedrys (kleine eik).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli.

Afmeting: 50-200 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Yoan Martin - tela-botanica.org - CC BY-SA-2.0 FR


A.Poirel - CC BY-SA-2.0 FR


andrey_358 - CC BY-NC 4.0

Wortels: Een wortelstok. Met uitlopers.

Takken: Een houtachtige plant met verschillende stengels die uit de basis groeien. De twijgen zijn bruinachtig of roodbruin.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 4.0


Valery Kambalin - CC BY-NC 4.0


Alexander Dubynin - CC BY-NC 4.0

Bladeren: Niet wintergroen. De bladsteel is 4-7 mm lang. De langwerpige of lancetvormige bladschijf is ten hoogste 7 cm lang en 1-3 cm breed. In de bovenste helft enkelvoudig of dubbel getand (in de onderste helft niet gezaagd).


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Yoan Martin - tela-botanica.org - CC BY-SA-2.0 FR


Yoan Martin - tela-botanica.org - CC BY-SA-2.0 FR


Nina Filippova
- CC BY 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Witte, 6-9 mm grote bloemen in een schermvormige, aarvormige tros of tuilvormige. De trossen groeien aan het uiteinde van korte, bebladerde takken. De meeldraden zijn langer dan de kroonbladen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


stanze - CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vrucht is droog en splijt open als hij rijp is. De soort vermeerdert zich hier echter grotendeels vegetatief. Tweezaadlobbig.


Nina Filippova
- CC BY 4.0


Svetlana Nesterova
- CC BY-NC 4.0


Alexey P. Seregin
- CC BY-NC 4.0


Nina Filippova
- CC BY 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige of halfbeschaduwde plaatsen op matig voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Oude heggen, oude parken, open plekken, gemengde bossen en weiden.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en Azië.

Nederland: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeldzaam.

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL