Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Onderaardse klaver - Trifolium subterraneum

Frysk: Underierdske klaver

English: Subterranean Clover

FranÁais: TrŤfle semeur

Deutsch: Erdklee

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Trifolium komt van het Latijnsche tri (drie) en folium (blad). De bladen zijn drietallig. Subterraneum betekent onderaards.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig grond.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni.

Afmeting: 5-25 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De liggende stengels zijn zacht behaard en vrij dun.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: De bladeren hebben een lange steel. De deelblaadjes zijn breed omgekeerd hartvormig. De steunblaadjes zijn eirond en toegespitst.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is kort gesteeld en bevat twee tot zeven normale bloemen en meer kroonloze, onvruchtbare bloemen. De laatste zitten aan de top van de bloeiwijze-as en zijn tijdens de bloei nog heel klein. De kroon van de normale bloemen is roomwit met roze strepen en vlakt na de bloei af. Ze zijn 0,8-1,4 cm groot.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De peul bevat ťťn zaadje en is korter dan de kelk en wordt door de zich krommende steel in de grond geduwd. De zaden rijpen in de bodem. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op min of meer droge, matig voedselrijke, vrij kalkarme tot kalkhoudende grond (zand of fijn grind).

Groeiplaatsen: Zandige dijken, zeeduinen (binnenduinweiland), grasland (droog, neutraal grasland, gazons en brak grasland langs de kust, schorren (randen van schorren), bermen, grindpaadjes en rivierduinen.

Verspreiding

Wereld: In het Middellandse-Zeegebied, oostelijk tot bij de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. In West-Europa tot in Midden-Engeland en Zuid-Nederland. Nu ook in AustraliŽ en Noord- en Zuid-Amerika.

Nederland: Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest  in het kustgebied.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Fig. 10-16
Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 6, T.F.L. Nees von Esenbeck (1856)


British entomology, deel 5, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 3, A.Q. Rivinus (1690-1777)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


Fig. 2 - Trifolium Blesense
Mťmoires pour servir ŗ líhistoire des plantes, D. Dodart (1676)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL