Wilde planten in Nederland en België

Ongelijkbladig fonteinkruid - Potamogeton gramineus

Frysk: Gersbearzerûch

English: Various-leaved Pondweed

Français: Potamot graminée

Deutsch: Grasartiges Laichkraut

Synoniemen: Potamogeton heterophyllus

Familie: Potamogetonaceae (Fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Gramineus betekent grasachtig.

Kruisingen: Zwaardfonteinkruid (zie bij Drijvend fonteinkruid) en Gegolfd fonteinkruid (zie bij Glanzig fonteinkruid).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 30 cm tot 1 meter.


Valerii Glazunov - CC BY 4.0


Valerii Glazunov - CC BY 4.0


Stephen Moores - CC BY-NC 4.0


Pat Deacon - CC BY-NC 4.0

Wortels: Een dunne, nauwelijks 2 mm dikke, witte, sterk gaffelvormig vertakte wortelstok, die aan de toppen vaak knolvormig is opgezwollen. Met winterknoppen aan de toppen van de verdikte wortelstok


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0

Stengels: Een onbehaarde plant. De dunne, ronde stengels zijn meestal niet dikker dan 1 mm. Ze zijn vaak sterk vertakt en gewoonlijk minder dan ½ meter, maar soms tot 1 meter lang.


roman_romanov - CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


tyler_miller - CC BY-NC 4.0


Pat Deacon - CC BY-NC 4.0

Bladeren: De bladeren zijn breed. De ondergedoken bladeren zijn naar de voet en de top geleidelijk versmald. Ze zijn zittend, behalve de bovenste, en langwerpig tot lijnvormig met de grootste breedte in het midden. Verder zijn ze 4-8 cm lang en 0,4-1 cm breed. Ze hebben drie tot zeven nerven. en een spitse, maar niet stekelpuntige top. De rand is iets ruw. De bladen zijn aan de voet vaak bijna steelachtig versmald. De drijvende bladeren zitten vaak vrij dicht bijeen. Ze zijn rondachtig-eirond tot langwerpig, vrij lang gesteeld en dun leerachtig. Ze hebben een afgeronde of zwak wigvormige voet en een stompe of kort toegespitste top. Ze worden 1-7 cm lang en tot bijna 3 cm breed, met een tot 8 cm lange bladsteel. De steunblaadjes zijn elliptisch, niet gesteeld en vaak met een iets gegolfde rand. De jonge bladeren zijn fijn getand. De plant kan beide soorten bladeren vormen, maar ook maar één van beide soorten.


Nate Martineau - CC BY-NC 4.0


Vincent Lejeune - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Tristan He - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De aarsteel wordt 2-7 cm lang en 2-3 mm dik. De steel heeft een slanke voet en een knotsvormige top, die bijna even breed is als de aar zelf. In dieper water zijn de aarstelen soms erg dun en naar boven toe nauwelijks verdikt. De aren zijn meestal niet meer dan 3 cm lang en vrij dicht. De bloemen zijn groenig.


pellaea - CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Rob Routledge - CC BY-NC 4.0


Vincent Lejeune - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een steenvrucht. De vruchten zijn half-cirkelrond, met een korte, dikke top, aan de rugzijde zeer stomp gekield en 1½ tot hooguit 3 mm lang. Tweezaadlobbig.


tatyana-omck - CC BY-NC 4.0


© Biopix: J.C. Schou


Pat Deacon - CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, matig voedselarm tot matig voedselrijk, stilstaand, zwak zuur water met een bodem van humeus zand of leem.

Groeiplaatsen: Water (poelen, vijvers, (nieuw gegraven) sloten, weidesloten, gegraven plasjes, kanalen, riviertjes, 's winters doorstroomde armen van grote rivieren, vennen op de grens van heide en beekdalen, duinplassen en zeer natte duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Zeldzaam. Afgenomen..

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL