Oot - Avena fatua

Frysk. Ile hjouwer

English. Wild Oat

Français. Folle-avoine

Deutsch. Flug-Hafer

Synoniemen:

Familie. Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie). Avena komt van het Latijnse avena (blazen), naar de lange holle halmen die als blaaspijpen gebruikt kunnen worden. Fatua betekent smakeloos.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur. Eenjarig.

Plantvorm. Therofyt.

Hoofdbloei. Juni t/m augustus.

Afmeting. 60-120 cm.


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Eggmoon - cc by-sa 3.0


Harry Rose - cc by 2.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daniel Villafruela - cc by-sa 4.0


Christian Fischer - cc by-sa 3.0

Bladeren. De glanzig, lichtgroene bladeren worden tot 1½ cm breed. Voor ontplooiing zijn ze ingerold. Het tongetje wordt tot ruim een ½ cm lang.


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Chris English - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bloemen. Tweeslachtig. De grote bloempluim is ijl, piramidevormig en bevat enige zeer grote, overhangende, twee- of driebloemige aartjes. De lange kelkkafjes zijn stug-papierachtig, langwerpig-eirond en spits. Het langste kelkkafje is meestal 18-25 mm lang. Ze hebben zeven of meer nerven. De tweede en derde bloem ook afzonderlijk bij rijpheid afvallend. Het liiteken deels met een harde, glanzende rand. De vaak aanwezige derde bloem heeft een kafnaald.


© Joke Schaminée-Sluis - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Miwasatoshi - gfdl


Dominique Remaud - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden. Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


© Joke Schaminée-Sluis - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Genevieve Botti - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem. Zonnige, open plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, omgewerkte grond.

Groeiplaatsen. Graanakkers, bermstroken langs akkers, raapzaad-, vlas- en bietenvelden, braakliggende grond, stortterreinen, ruderale plaatsen, omgewerkte plaatsen in bermen, fabrieksterreinen, haventerreinen en spoorwegterreinen.

Verspreiding

Wereld. Oorspronkelijk uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en Zuidwest-Azië. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat. In Europa en Noord-Amerika tot in de koude streken. In de tropen alleen in gebergten.

Nederland. Vrij zeldzaam. Het meest nog in het zuidoosten van het land, in Zuid-Limburg, Groningen, de Betuwe, de Wieringermeerpolder en in Zeeuwsch-Vlaanderen. Achteruitgegaan.

Vlaanderen. Vrij algemeen.

Wallonië. Archeofyt. Vrij zeldzaam.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl