Klaas Dijkstra

Oot
Avena fatua


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Oot of Avena fatua is een soort uit de Grassenfamilie (Poaceae).
  • Het is een eenjarig, 60-120 cm hoog gras.
  • De glanzig, lichtgroene bladeren worden tot 1½ cm breed.
  • Oot bloeit van juni t/m augustus.
  • Een grote, ijle, piramidevormige bloempluim met enige zeer grote, overhangende, twee- of driebloemige aartjes.
  • Oot groeit op zonnige, open plaatsen op droge of vochtige, (matig) voedselrijke, omgewerkte grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. graanakkers, bermstroken langs akkers, raapzaad-, vlas- en bietenvelden, braakliggende grond, stortterreinen, ruderale plaatsen, omgewerkte bermen, fabrieks-, haven- en spoorwegterreinen.
  • Oot komt oorspronkelijk uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en Zuidwest-Azië.
  • In Nederland is deze archeofyt vrij zeldzaam, in België iets algemener.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Ile hjouwer

English Wild Oat

Français Folle-avoine

Deutsch Flug-Hafer

Synoniemen

Familie Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Avena komt van het Latijnse avena (blazen), naar de lange holle halmen die als blaaspijpen gebruikt kunnen worden. Fatua betekent smakeloos.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Juni t/m augustus.

Afmeting 60-120 cm.


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Eggmoon - cc by-sa 3.0


Harry Rose - cc by 2.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels


© Joop Verburg - verspreidingsatlas


© Willem Braam - verspreidingsatlas


Daniel Villafruela - cc by-sa 4.0


Christian Fischer - cc by-sa 3.0

Bladeren De glanzig, lichtgroene bladeren worden tot 1½ cm breed. Voor ontplooiing zijn ze ingerold. Het tongetje wordt tot ruim een ½ cm lang.


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Chris English cc by-sa 3.0


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De grote bloempluim is ijl, piramidevormig en bevat enige zeer grote, overhangende, twee- of driebloemige aartjes. De lange kelkkafjes zijn stug-papierachtig, langwerpig-eirond en spits. Het langste kelkkafje is meestal 18-25 mm lang. Ze hebben zeven of meer nerven. De tweede en derde bloem ook afzonderlijk bij rijpheid afvallend. Het liiteken deels met een harde, glanzende rand. De vaak aanwezige derde bloem heeft een kafnaald.


Joke Schaminée-Sluis - verspreidingsatlas


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Miwasatoshi - gfdl


Dominique Remaud - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Joke Schaminée-Sluis - verspreidingsatlas


© Willem Braam - verspreidingsatlas


Genevieve Botti - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen op droge of vochtige, matig voedselrijke of voedselrijke, omgewerkte grond.

Groeiplaatsen Graanakkers, bermstroken langs akkers, raapzaad-, vlas- en bietenvelden, braakliggende grond, stortterreinen, ruderale plaatsen, omgewerkte plaatsen in bermen, fabrieksterreinen, haventerreinen en spoorwegterreinen.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en Zuidwest-Azië. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat. In Europa en Noord-Amerika tot in de koude streken. In de tropen alleen in gebergten.

Nederland Vrij zeldzaam. Het meest nog in het zuidoosten van het land, in Zuid-Limburg, Groningen, de Betuwe, de Wieringermeerpolder en in Zeeuwsch-Vlaanderen Achteruitgegaan.

België Archeofyt.Vrij algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0