Wilde planten in Nederland en BelgiŽ 

Paardenhaarzegge - Carex appropinquata

Frysk-Rizelige sigge

English-Fibrous Tussock-sedge

FranÁais-LaÓche paradoxale

Deutsch-Schwarzschopf-Segge

Synoniemen

Familie-Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie)-Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Appropinquata betekent vlakbij of verwant.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur-Overblijvend.

Plantvorm-Hemikryptofyt.

Hoofdbloei-April en mei.

Afmeting-40-80 cm.


Alexey P. Seregin - cc by-nc 4.0


Daderot - Public Domain


Daderot - cc0


Daderot - Public Domain

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


Alexey P. Seregin - cc by-nc 4.0

Stengels-Dichte pollen vormend. De onbehaarde, vrij dunne bloeistengels zijn scherp driekantig, ruw en hangen spoedig over. Ze zijn alleen beneden bebladerd. De onderste scheden zijn bruinzwart en verweren tot glanzende, taaie, paardehaarachtige vezels. Paardenhaarzegge vormt dichte pollen of hoge en brede horsten met fraai overhangende halmen.


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Alexey P. Seregin - cc by-nc 4.0


Alexey P. Seregin - cc by-nc 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bladeren-De geelgroene, zelden grijsgroene, enigszins stijve bladen zijn vlak tot gootvormig, scherp ruw en 2-3 mm breed. Ze zijn even lang als of korter dan de stengel. De onderste bladscheden verweren tot zwarte, glanzende, stugge vezelmassa.


Don Pedro28 - cc by-sa 3.0



Jos Hoekerswever - cc by-nc-nd 4.0


Ennio - cc by-nc-nd 4.0


Ennio - cc by-nc-nd 4.0

Bloemen-Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn priemvormig. De bloeiwijze is smal, dicht pluimvormig, mat diepbruin en 4-8 cm . De aren staan rechtop (schuin omhoog), zijn vrij los en langwerpig-eivormig. Onderaan bevinden zich de vrouwelijke bloemen en aan de top de mannelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen hebben twee stempels. Onderaan de bloeiwijze zie je vaak tot 2 cm lange zijtakken. De langwerpig-eironde, toegespitste kafjes zijn roodbruin, maar in het midden lichter van kleur. Ze hebben geen of zeer smalle vliezige randen. Ze zijn ongeveer even lang als de urntjes.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Ennio - cc by-nc-nd 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden-Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rechtopstaande urntjeszijn platbol, eirond en worden ongeveer 3 mm groot. Ze zijn iets leerachtig, dofbruin, met op de rugkant tien tot twaalf duidelijke nerven. Op de buikkant zie je zes duidelijke nerven. Ze zijn aan de voet afgerond tot hartvormig en aan de top toegespitst in een korte tweetandige snavel. De vrucht is rondachtig en vrij licht.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


A.Poirel - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Gerhard Nitter - cc by-sa 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem-Zonnige of beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke, meestal zwak zure, humeuze of venige grond (zand, leem en veen).

Groeiplaatsen-Beekdalhooiland, langs greppels in blauwgrasland, moerasbossen, langs veensloten, verlandingsvegetaties, kwelplekken en dichtgroeiende sloten.

Verspreiding

Wereld-Noord-, West- en Midden-Europa en West- en Centraal-AziŽ,

Nederland-Inheems. Zeer zeldzaam.

Vlaanderen-Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

WalloniŽ-Inheems. Zeer zeldzaam.

2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl