Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Paardenhaarzegge - Carex appropinquata

Andere namen

Frysk: Rizelige sigge

English: Fibrous Tussock-sedge

Français: Laîche paradoxale

Deutsch: Schwarzschopf-Segge

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex appropinquata

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Appropinquata betekent vlakbij of verwant.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 40-80 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daderot - Public Domain


Daderot - CC0


Daderot - Public Domain

Wortels


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org

Stengels: De vrij dunne stengels zijn scherp driekantig, ruw en hangen spoedig over. De onderste scheden zijn bruinzwart en verweren tot glanzende, taaie, paardehaarachtige vezels. Paardenhaarzegge vormt dichte pollen of hoge en brede horsten met fraai overhangende halmen.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De geelgroene bladeren zijn vlak tot gootvormig en 2-3 mm breed.


Don Pedro28 - CC BY-SA 3.0


Don Pedro28 - CC BY-SA 3.0


Ennio - CC BY-NC-ND 4.0


Ennio - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze is smal, dicht pluimvormig, mat diepbruin en 4-8 cm lang. De onderste zijassen worden tot 2 cm lang. Ze staan schuin omhoog en zijn vertakt. Ze hebben priemvormige schutbladen. De aren zijn vrij los en langwerpig-eivormig. Onderaan bevinden zich de vrouwelijke bloemen en aan de top de mannelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen hebben twee stempels. De kafjes zijn roodbruin, maar in het midden lichter van kleur. Ze hebben geen of zeer smalle vliezige randen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Ennio - CC BY-NC-ND 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


A.Poirel - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het urntje is platbol, eirond en wordt ongeveer 3 mm groot. Het is iets leerachtig, dofbruin en heeft op de rugkant tien tot twaalf nerven. Op de buikkant zie je zes nerven. Het is aan de voet afgerond tot hartvormig en aan de top toegespitst in een korte tweetandige snavel. Eenzaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige tot beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke, meestal zwak zure, humeuze tot venige grond (zand, leem en veen).

Groeiplaatsen: Grasland (beekdalhooilland en langs greppels in blauwgrasland), bossen (moerasbos), waterkanten (o.a. langs veensloten) en moerassen (verlandingsvegetaties, kwelplekken en dichtgroeiende sloten).

Verspreiding

Wereld: Midden- en West-Azië, Oost-, Noord- en Midden-Europa. Sporadisch in West-Europa, tot op de Britse eilanden.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in Drenthe en zeer zeldzaam in het oosten en midden van het land, in Noord-Brabant en het rivierengebied.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Zeer zeldzaam in de zuidelijke Ardennen.
Beschermd. Rode lijst. Ernstig bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra