Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Paarse morgenster - Tragopogon porrifolius

Andere namen

Frysk: Pearse moarnstjer

English: Salsify

Français: Salsifis à feuilles de poireau

Deutsch: Haferwurzel

Verouderde of andere namen: Blauwe morgenster

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Tragopogon (Morgenster)

Soort: Tragopogon porrifolius

Naamgeving (Etymologie): Morgenster heeft te maken met de stervormige bloem, die alleen 's ochtends is geopend. Tragopogon komt van het Griekse tragos (bok) en pogon (baard), dus boksbaard, hetgeen slaat op het grofharige vruchtpluis. Porrifolius betekent met bladen als Prei.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig, zelden eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt, soms therofyt.

Afmeting: 60-120 cm.

Bloeimaanden: Juni en juli.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels: Een penwortel.

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn meestal vertakt en kaal. Onder het hoofdje is de stengel sterk knotsvormig opgeblazen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De bladeren zijn breed lijnvormig en aan de voet verbreed.

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes zijn 2½-4,8 cm groot. Ze zijn lila tot donker roodpaars. De stijlen zijn eveneens paarsig. De helmknoppen zijn geel. De meestal acht, maar heel soms meer omwindselbladen zijn blauwgroen en even lang als de straalbloemen of iets langer.


Bert Lanjouw  - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond (klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Dijken, bermen, ruigten (humeuze ruigten) en puin.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa (Middellandse Zeegebied). Ingeburgerd op een aantal plaatsen in West-Europa en in Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in zeekleigebieden (Noordwest-Friesland, Noord-Groningen, Noord-Holland en Zeeland). Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Ingeburgerd in de 18de eeuw.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Alleen als adventief (tijdelijk).

Wallonië: Niet in Wallonië.

Toepassingen

Sinds de oudheid wordt Paarse morgenster gekweekt om de eetbare wortel. Ook de door inkuiling - zoals bij Witlof en Asperge - gebleekte jonge spruiten worden gegeten. Sinds de 17de eeuw is Paarse morgenster als groente grotendeels verdrongen door Grote schorseneer, waarvan de wortels beter houdbaar zijn.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra