Wilde planten in Nederland en België

Parnassia - Parnassia palustris

Frysk: Parnassia

English: Grass of Parnassus

Français: Parnassie

Deutsch: Sumpf-Herzblatt

Synoniemen: Parnaskruid

Familie: Parnassiaceae (Parnassiafamilie)

Naamgeving (Etymologie): Parnassia is genoemd naar de berg Parnassus, het verblijf van gratie en schoonheid, waar deze plant ontstaan zou zijn en het eerst gebloeid zou hebben. Parnassus is een gebergte op het Griekse eiland Phocis en heet nu Liakura en is 2460 m hoog. Palustris betekent van het moeras.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 15-30 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Worteldiepte 10 tot 20 cm.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De gladde, rechtopstaande stengels zijn kantig. De bloeistengels zijn geribd. De plant vormt polletjes. Aan deze stengel groeit, ongeveer halverwege of daar net iets onder, één blad.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Albert H. - CC BY-SA 3.0


Randi Hausken - CC BY-SA 2.0


Alpsdake - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De wortelstandige bladen zijn gaafrandig, lang gesteeld en eirond-hartvormig. Er is slechts één zittend, stengelomvattend stengelblad, ongeveer halverwege de stengel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande (aan de stengeltop), 1½-3½ cm grote bloemen zijn wit met groenige aderen. De vijf, 1-2 cm lange kroonbladen zijn eirond. Er zijn eveneens vijf kelkbladen. Deze zijn kleiner en onderling niet allemaal even groot. De vijf vruchtbare meeldraden zijn wit en de vijf onvruchtbare meeldraden geelgroen. Het onderaan vierhokkige (bovenaan éénhokkige) vruchtbeginsel is bovenstandig met vier zittende stempels.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De vrucht gaat met vier kleppen open. De zaden zijn stoffijn. Ze zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot grazige, vochtige tot natte, soms wat drogere, voedselarme, zwak zure tot meestal kalkrijke, onbemeste grond (zand, leem, zavel, mergel, laagveen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinvalleien, gemaaid duingrasland en langs strandvlakte), zandplaten in afgesloten zeearmen, grasland (blauwgrasland, hooiland en soms in vrij droog kalkgrasland), heide (venige of lemige plekken), moerassen (kalkmoerassen, trilvenen, kleine verlandende veenplassen en bronvenen), puinhellingen en kwelgebieden langs beken.

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam in de duinstreek. Het meest nog op de Waddeneilanden en in de Lauwersmeerpolder. Zeldzaam in Zeeland en in laagveengebieden en zeer zeldzaam in het oosten en midden van het land, in Zuid-Limburg, Flevoland en de Rijnmond. Sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest in de duinen. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeldzaam. Het meest nog in Lotharingen.

Toepassingen

De plant werd gebruikt bij leverkwalen. Een aftreksel van de bladeren in wijn of water zou kalmerend werken op de maag en nierstenen kunnen verwijderen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Cruijdeboek, deel 4, Rembert Dodoens. Corenen, Legumina, Distelen ende dyerghelijcke (1554)


Botanische wandplaten


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Dictionnaire pittoresque d’histoire naturelle et des phénomènes de la nature, deel 7 (1833-1839)


Institutiones rei herbariæ, deel 2, J.P. de Tournefort (1700)


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Svensk botanik, deel 3, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


La flore et la pomone francaises, deel 2, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1829)


Gramen Parnassi
Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Gramen Parnassi
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL