Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Penningkruid - Lysimachia nummularia

Andere namen

Frysk: Peinjekrûd

English: Creeping-Jenny

Français: Lysimaque nummulaire

Deutsch: Pfennigkraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Ericales

Familie: Primulaceae (Sleutelbloemfamilie)

Geslacht: Lysimachia (Wederik)

Soort: Lysimachia nummularia

Naamgeving (Etymologie): Lysimachia is waarschijnlijk afgeleid van en opgedragen aan Lysimachos, de veldheer van Alexander de Grote. Nummularia komt van het Latijnse nummulus (kleine munt).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Chamaefyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Ze wortelen op de knopen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De kruipende, gegroefde en kantige stengels zijn maar weinig vertakt en vaak nauwelijks behaard. Ze wortelen op de knopen.

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren blijven in de winter groen. Ze zijn kort gesteeld, meestal vrijwel cirkelrond, hebben rode klierpunten, een stompe top en soms een zwak hartvormige voet. Het bladoppervlak is vaak wat geplooid.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien afzonderlijk in de bladoksels op stevige, korte stelen. Ze zijn geel, 1,2-2½ cm groot, vijf- of soms viertallig en schotelvormig met brede kelkslippen (eirond-hartvormig). De vijf kroonbladen hebben fijne donkere klierpunten. De vijf spitse kelkbladen zijn eirond en drukken met hun zijkant tegen elkaar. De vijf meeldraden zijn aan de voet iets vergroeid. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met één stijl en stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. Vruchten worden echter maar zelden gevormd. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, soms tijdelijk overstroomde, matig voedselrijke tot voedselrijke, niet zure, lichte tot zware grond (zand, laagveen, leem, zavel en klei).

Groeiplaatsen: Langs spoorwegen (spoordijken), bermen (kortblijvend), grasland (weiland en gazons), plantsoenen, parken, hakhout, wilgengrienden, bossen (natte plekken in loofbossen, moerasbossen en populierenaanplantingen), waterkanten (o.a. zandige oevers van bosbeken), uiterwaarden en aan de voet van dijken.

Verspreiding

Wereld: In Europa, behalve in de meest noordelijke delen. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het Waddengebied en in Flevoland.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

     

© 2001-2018 K.M. Dijkstra