Wilde planten in Nederland en België

Pijlkruidkers - Lepidium draba

Frysk: Pylkkerskrûd

English: Hoary Cress

Français: Passerage drave

Deutsch: Pfeilkresse

Synoniemen: Cardaria draba

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lepidium komt van het Griekse lepis (schub), hetgeen slaat op de kleine hauwtjes, die wel wat op schubben lijken. Draba is een oude Griekse plantennaam. Draba was oorspronkelijk een andere kruisbloemige plant. Mogelijk is het een naam die willekeurig door Linnaeus is gegeven, of Draba komt van het Griekse drabé (scherp) en slaat op het sap, dat bij sommige soorten een scherpe smaak heeft, of het komt van het Griekse drepoo (afplukken), omdat de plant vroeger als toekruid werd gebruikt en waarvan dus herhaaldelijk takjes werden geplukt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei, juni en juli.

Afmeting: 30-90 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Radio Tonreg -
CC BY 2.0

Wortels: Een wortelstok.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels zijn grijsgroen en kaal of zwak behaard. Door de uitlopers groeien de planten vaak in grote groepen.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: De langwerpige tot eironde bladeren worden tot 10 cm lang en 1-3 cm breed. De onderste zijn bochtig getand en lang gesteeld (tijdens de bloei zijn deze bladeren al afgestorven), de bovenste bladeren staan schuin omhoog, hebben een vrijwel gave rand, een pijlvormige voet en zijn stengelomvattend.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De witte bloemen groeien in dichte sterk vertakte schermvormige pluimen. De kroonbladen zijn 3-4 mm lang.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De lang gesteelde hauwtjes zijn 3-4½ mm en de stijl is 1-1½ mm. Ze zijn meer breed dan lang, hebben een hartvormige voet, een spitse top en zijn niet gevleugeld. Ze springen niet open. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


AnRo0002 -
CC0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, (zeer) voedselrijke, meestal omgewerkte en vaak kalkhoudende grond (duinzand, leem, zavel, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Ruige bermen, dijken, beschoeiingen van zeedijken, braakliggende grond, akkers (akkerranden), wijngaarden, heggen, puin, ruderale plaatsen, ruigten, zeeduinen (verstoorde plekken), langs spoorwegen (spoordijken en spoorwegterreinen, tussen grind), industrieterreinen en waterkanten (slootkanten en basaltglooiingen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid-Europa. Ingeburgerd in grote delen van noordelijk Europa en Noord-Amerika.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het kustgebied van Noord- en Zuid-Holland en Zeeland en zeldzaam langs de grote rivieren, in de Noordoostpolder en in Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend. Ingeburgerd in de 19de eeuw.

Vlaanderen: Vrij algemeen ingeburgerd. Het meest  in de duinen en  de Polders.
Wallonië:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 14, Jan Kops en F.W. van Eeden (1872)


Deutschlands flora, deel 16, J. Sturm, J.W. Sturm (1835-1837)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Florae Austriaceae, deel 4, N.J. von Jacquin (1776)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)


Arabis sive draba et nasturtium babylonicum
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL