Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Pijpbloem - Aristolochia clematitis

Andere namen

Frysk: Pyptsjettel

English: Birthwort

Français: Aristoloche clématite

Deutsch: Osterluzei

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Piperales

Familie: Aristolochiaceae (Pijpbloemfamilie)

Geslacht: Aristolochia (Pijpbloem)

Soort: Aristolochia clematitis

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam is ontstaan doordat de bloem enigzins op een pijp lijkt. Aristolochia is afgeleid van het Grieks aristos (best of uitmuntend) en locheia (geboorte) of lochos (kraamvrouw). Deze naam wijst op medicinaal gebruik en betekent zeer goed voor de bevalling, vanwege de gelijkenis van de bloem met een baarmoeder. Clematitis verwijst naar Clematis (Bosrank).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 20-90 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Forse, sterk vertakte wortelstokken.

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn rond, niet vertakt, geribd, taai, zigzagsgewijs gebogen en met enige schubben aan de voet. De plant groeit in groepen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn rond tot eirond met een hartvormige voet en een vrij stompe top. Ze hebben een lange steel, zijn kaal, lichtgroen en worden 6-10 cm.

Bloemen: Tweeslachtig. Bijschermen van twee tot acht bloemen in de bladoksels. De lichtgele bloemen zijn gesteeld, buisvormig, 2-3 cm lang met een gebogen, aan de voet bolvormig verwijde kroonbuisen een éénllippige zoom. De zes meeldraden zijn met de stijl vergroeid. Aan de binnenkant zie je schuin naar beneden staande haren. Het vruchtbeginsel is onderstandig met zes stempels.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be

Vruchten: Een doosvrucht. De grote vruchten zijn eivormig tot bolrond. De plant heeft slechts zeer zelden vruchten. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot vaak halfbeschaduwde, warme plaatsen op vrij droge tot vochthoudende, kalkrijke, matig voedselrijke en dikwijls verstoorde grond (zand en klei en op stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Heggen, bosranden, langs eiken- en iepenbosjes (kalkrijke zomen), ruigten (langs de rivieren en in de zeeduinen), wijngaarden, bij oude kloosters, kastelen of oude boerderijen, bermen, rivierdijken en in de voegen van beschoeiingen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied en het Zwarte-Zeegebied. Nu ook in Zuidwest-Azië en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland en België.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in de Noord-Hollandse duinen (plaatselijk wat meer) en langs de grote rivieren. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Voornamelijk langs de rivieren.
Rode lijst. Zeer zeldzaam. Beschermd.


Wallonië: Zeer zeldzaam langs de grote rivieren.
Rode lijst. Met verdwijning bedreigd. Beschermd.

Toepassingen

Een extract van Pijpbloem is werkzaam tegen bloedingen, slangenbeten, maagziekten en hoest.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra