Wilde planten in Nederland en België

Pilzegge - Carex pilulifera

Frysk: Pilsigge

English: Pill Sedge

Français: Laîche à pilules

Deutsch: Pillen-Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Pilulifera betekent bolletjes dragend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 10-40 cm.


P. Losekoot - CC BY-NC-ND 4.0


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Christian Berg - CC BY-NC 4.0


Gert Jan Versteeg - CC BY-NC-ND 4.0

Wortels: Een korte, verhoutende wortelstok.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Thomas Silberfeld - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


NATT-at-NKM - CC BY 2.0


herbariaunited.org

Stengels: Pilzegge vormt zeer dichte pollen. De eerst rechtopstaande of opstijgende, taaie, soepele stengels zijn scherp driekantig en verlengen zich in de loop van de bloei en zijn dan meestal gebogen. Tenslotte krommen ze zich tijdens de vruchtzetting en gaan tenslotte meestal liggen. Ze zijn alleen beneden bebladerd. De onderste scheden zijn glanzig roodbruin en gaan vezelen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Jacques Maréchal - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De onderste bladscheden zijn roodbruin tot bruin en rafelen sterk. De jonge bladscheden hebben roodbruine nerven. De onbehaarde bladen zijn vrij breed (tot omstreeks 2mm), geleidelijk toegespitst, slap, min of meer ruw en hebben iets naar beneden omrollende randen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Jacques Maréchal - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Gert Jan Versteeg - CC BY-NC-ND 4.0


chrisbi - CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen hebben geen schede en staan tenslotte schuin tot recht af. Het onderste schutblad is bladachtig, meestal rechtop-afstaand of ten slotte geheel afstaand en meestal duidelijk korter dan de bloeiwijze. De bloemen groeien in een compacte bloeiwijze met één mannelijke topaar met daar dicht onder twee of drie kortere, eivormige tot bolronde, dicht bijeen zittende, rechtopstaande en niet gesteelde vrouwelijke aren die tot 7 mm lang worden en tot 5 mm breed. Ze hebben drie stempels. De bruine, langwerpige kafjes zijn spits, stekelpuntig en met een brede vuilwitte rand.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Endre Nygaard - CC BY-NC-SA 4.0


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


James Lindsey - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De grijsgroene urntjes zijn kort behaard, peervormig, 2-3 mm lang, behaard, hebben twee randnerven en zijn zeer kort gesnaveld. De vrucht is stompkantig, boven vrij scherp driekantig en zwartbruin met lichte kanten. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Jacques Maréchal - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jacques Maréchal - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, enigszins open plaatsen op droge, voedselarme, onbemeste, humeuze, zure tot zwak zure grond (zand en leem). De plant is goed bestand tegen betreding.

Groeiplaatsen: Grasland (heischraal grasland), bossen (loofbossen en langs boswegen), op wortelkluiten van omgewaaide bomen, kapvlakten, stormvlakten, brandvlakten, heide (langs paden en op plagplekken), wallen, omgewoelde grond, schrale bermen en zeeduinen (duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Op de Azoren en in Midden- en West-Europa, zuidelijk tot in Noord-Portugal, Midden-Italië en de Balkan en noordelijk tot op IJsland, in Noord-Noorwegen en Zuid-Finland.

Nederland: Algemeen in het oosten, midden en zuiden van het land en vrij zeldzaam in de duinen.

Vlaanderen: Aalgemeen. Het meest in de Kempen, de Leemstreek en de Zand- en Zandleemstreek.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, Jan Kops, F. A. Hartsen en F. W. van Eeden. Deel 13 (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Journal of botany, British and foreign, deel 19, B. Seemann, J.N. Fitch (1881)


No. 39
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgräsern, C. Schkuhr (1801)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the genus Carex,deel 2, Francis Boott (1860)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL