Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Pitrus - Juncus effusus

Andere namen

Frysk: Ruske pit

English: Soft Rush

Français: Jonc diffus

Deutsch: Flatter-Binse

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Geslacht: Juncus (Rus)

Soort: Juncus effusus

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Effusus betekent uitgespreid of los.

Kruising: De bastaard van Biezenknoppen en Pitrus (Juncus x kern-reichgeltii) is min of meer intermediair tussen de ouders. Volgens sommige auteurs zijn deze planten weinig of niet vruchtbaar, maar volgens anderen zijn ze juist wel vruchtbaar en vormen zij hybridezwermen.
Deze hybride van Pitrus en Biezenknoppen staat op zonnig tot licht beschaduwde, vochtige tot natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot zure, basenarme tot basenrijke, stikstofarm tot matig stikstofrijk, meestal kalkarme en verstoorde zand-, leem- en veenbodems. Ze groeit in diverse grasland- en bostypen, in ontkalkte en ontzilte duinvalleien, langs waterkanten en greppels, in natte heiden en bemeste -vennen, op heidepaden en langs karrensporen, in veenmosrietlanden, afgravingen en bermen. De bastaard komt overal voor waar de beide stamouders in elkaars nabijheid groeien. Het taxon is zeldzaam in Nederland, maar wordt waarschijnlijk veel over het hoofd gezien. Het verspreidingskaartje laat in twee streken een concentratie van stippen zien, deze weerspiegelen eerder floristische activiteiten dan het feit dat het taxon elders zeldzamer zou zijn. In de literatuur is sprake van zowel een sterk verminderde als van een slechts weinig afgenomen fertiliteit Wel staat vast dat de hybride geheel intermediair tussen de ouders is en eigenlijk alleen in het veld herkenbaar.
René van Moorsel, 2015 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus (3 tot 4 weken later dan Biezenknoppen).

Afmeting: 20-140 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Tsungam - CC BY-SA 4.0


Christian Fischer - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een korte, gedrongen wortelstok.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, rolronde, glanzende stengels zijn heldergroen, glad en gevuld met compact merg. Pitrus vormt dichte en vaak grote pollen.


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Willie Riemsma - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De wortelstandige schedeachtige bladeren zijn roodbruin tot zwartbruin en hebben meestal geen bladschijf. De schede van het onderste schutblad van de bloeiwijze heeft sterk ingerolde randen en is vrij smal. Het schutblad knakt niet snel.


Forest and Kim Starr - CC BY 3.0


Forest and Kim Starr - CC BY 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De trosvormige bloeiwijze komt  zijdelings uit de stengel. Het heeft een lang priem- of naaldvormig, rechtopstaand schutblad. De bloeiwijze is meestal los, maar soms ineengedrongen. Meestal zijn er per bloem drie meeldraden en zes bruine bloemdekbladen. Het vruchtbeginsel  is bovenstandig met een stijl  en drie stempels.


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Fredlyfish4 - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De zes  bloemdekbladen steken een eindje boven de doosvrucht uit. De vruchten zijn glanzend bruin tot groenig. Aan de top zit een indeuking of afplatting, waarin de rest van de stijl zit. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Ivar Leidus - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure, kalkarme, meestal verstoorde grond. Ook in zwak brak milieu (het meest op zand, leem en veen).

Groeiplaatsen: Waterkanten (o.a. langs greppels en pas gegraven vijvers), moerassen (veenmosrietland), grasland (tijdelijk overstroomd), bermen, heide (langs vennen, die bemest zijn door kapmeeuwen en op en langs paden), ruigten, afgravingen, bossen (langs bospaden, broekbossen, bronbossen, beekbossen en humusrijke hellingbossen), kapvlakten, plantsoenen, tuinen, tussen straatstenen en andere verhardingen, karrensporen en zeeduinen (duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen, in gematigde streken en in een deel van de tropen. Het meest in gebieden die niet te ver van zee liggen. In Europa noordelijk tot in Midden-Noorwegen en Zuid-Finland.


gbif.org

Nederland: Zeer algemeen, maar iets minder algemeen in zeekleigebieden.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Pitrus

verspreidingsatlas.nl

Pitrus x Biezenknoppen (Juncus x kern-reichgeltii)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen, maar zeldzamer in de Polders.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


B
Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra